Het WSW staat borg voor de leningen die woningcorporaties aantrekken voor de bouw van sociale huurwoningen. De achtervang van het WSW is voor 50% van het rijk en voor 50% van de gemeenten, waarin de bij het WSW aangesloten woningcorporaties werkzaam zijn. Woningcorporaties zijn niet verplicht een lening te laten borgen door het WSW en deel te nemen aan het WSW.
Als een woningbouwcorporatie door het WSW niet meer als kredietwaardig wordt beschouwd en in liquiditeitsproblemen komt, dan wordt de achterborgstelling niet meteen aangesproken. Hierbij worden de volgende stappen doorlopen:
Sanering en eventuele financiële ondersteuning door het Centraal Fonds Volkshuisvesting;
Aanspreken van het buffervermogen van het WSW;
Deelnemende woningcorporaties dragen een deel bij;
Als laatste mogelijkheid verstrekken het rijk en de gemeenten renteloze leningen aan het WSW.
Het risico voor de gemeente wordt behoorlijk beperkt, doordat eerst deze vier stappen doorlopen moeten worden voordat het WSW aanspraak kan maken op de achterborgstelling van de gemeente.
Het risico van de achterborgstelling WSW is zeer klein.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.6
Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)
Onderdeel van Verordening garantstellingen 2021