Het beheersen van de risico’s begint na de verlening van de garantstelling. Risico’s moeten inzichtelijk en zo concreet mogelijk benoemd zijn, zodat al in een vroeg stadium probleemgevallen kunnen worden gesignaleerd. Het beheer bestaat uit:
Inhoudelijk beheer
Het gaat hierbij om toezicht op de gang van zaken bij de aanvrager, zonder direct naar de cijfers te kijken. Hierbij is aandacht voor:
Informatie over beleidsontwikkelingen bij de aanvrager;
Ambtelijke en bestuurlijke overleggen;
De mate waarin de gestelde verplichtingen worden nagekomen;
Ontwikkelingen in het activiteitenniveau van de instelling;
Klachten van burgers en publiciteit van de media;
Ontwikkelingen op landelijk niveau bij soortgelijke instellingen.
Financieel beheer
Het financieel beheer richt zich op de vraag of de continuïteit van de instelling in de toekomst gewaarborgd is, zodat het risico van de garantstelling aanvaardbaar is. Hiervoor worden beoordeeld:
De jaarrekening (eventueel met accountantsverklaring);
De begroting;
Tussentijdse rapportages;
Andere gevraagde informatie.
Zowel het inhoudelijk als het financieel beheer valt onder verantwoordelijkheid van de betreffende vakafdeling.