Bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger van een jaarsubsidie die meer dan € 50.000 bedraagt, een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid, van de wet vormt.
Is een jaarsubsidie verleend voor een in de loop van een kalenderjaar uit te voeren activiteitenplan en blijkt dat daarvoor niet de gehele subsidie nodig was, dan kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat de subsidieontvanger een egalisatiereserve van een door hen te bepalen percentage vormt. Bedraagt het overschot meer dan de door burgemeester en wethouders bepaalde egalisatiereserve, dan wordt het meerdere door burgemeester en wethouders teruggevorderd.
Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat de reserve slechts binnen een zekere termijn kan worden gebruikt. Is de reserve gedurende deze termijn niet geheel gebruikt, dan wordt het restant door burgemeester en wethouders teruggevorderd.
Voor de hoogte van de jaarsubsidie geldt de regel dat, voor zover de subsidie niet geheel is gebruikt, deze subsidie, ook wanneer deze minder dan € 50.000 bedraagt, gereserveerd mag worden. Deze reservering mag echter niet meer bedragen dan 15% van de totale jaaromzet volgens de laatste exploitatierekening. Indien daarna nog een restbedrag van de niet gebruikte subsidie overblijft, kan de subsidie dienovereenkomstig lager worden vastgesteld en teruggevorderd.
De hoogte van de jaarsubsidie die minder dan € 50.000 bedraagt, wordt vastgesteld overeenkomstig de subsidieverlening, met dien verstande dat voor zover de subsidie niet geheel gebruikt is voor de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, het bedrag van de niet gebruikte subsidie gereserveerd mag worden tot maximaal 15% van het maximale bedrag waarvoor subsidie is verleend. Indien daarna nog een restbedrag van de niet gebruikte subsidie overblijft, kan de subsidie dienovereenkomstig lager worden vastgesteld. In de situatie dat sprake is van meerdere subsidiegevers, wordt het bedrag dat geacht wordt niet te zijn gebruikt door het college bepaald op basis van een toerekening van de niet benodigde middelen aan de verschillende subsidiegevers, naar rato van het door ieder verstrekte subsidiebedrag.
Indien sprake is van een onverschuldigd betaald subsidiebedrag wordt dit verrekend met de aan dezelfde subsidieontvanger voor een ander tijdvak verstrekte subsidie voor dezelfde activiteiten.
Hoofdstuk 3
Artikel 13.
Egalisatiereserve, reservevorming en verrekening
Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Eemsdelta 2021