Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 13.

Egalisatiereserve en verrekening

Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Eemsdelta 2021

Een ontvanger van een jaarsubsidie die meer dan € 50.000 bedraagt, mag een egalisatiereserve vormen als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid, van de wet. De egalisatiereserve is in de betreffende jaarrekening duidelijk te herleiden. De ontvanger van een andere subsidie dan bedoeld in het eerste lid kan burgemeester en wethouders verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de wet van overeenkomstige toepassing. De jaarlijkse toevoeging aan de egalisatiereserve bedraagt ten hoogste 10 procent van de over het kalenderjaar verleende jaarsubsidie. De egalisatiereserve bedraagt ten hoogste 25 procent van de over het kalenderjaar verleende jaarsubsidie. Indien de hoogte van de egalisatiereserve de in lid 3 genoemde 25 procent overschrijdt, zal de subsidie bij de vaststelling naar evenredigheid worden verlaagd. De egalisatiereserve wordt uitsluitend aangewend voor kosten die direct samenhangen met de gesubsidieerde activiteiten. Aanwending van bedragen vanuit de egalisatiereserve voor andere doeleinden is enkel toegestaan na vooraf verkregen toestemming van burgemeester en wethouders. De besteding van de egalisatiereserve wordt jaarlijks verantwoord met het activiteitenverslag en het financieel verslag of jaarrekening van het jaar waarop de subsidievaststelling betrekking heeft. De egalisatiereserve wordt als een aparte reserve in de boekhouding van de instelling opgenomen en beheerd. Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat de egalisatiereserve slechts binnen een zekere termijn kan worden gebruikt. Is de reserve gedurende deze termijn niet geheel gebruikt, dan wordt het restant door burgemeester en wethouders teruggevorderd. Indien sprake is van een onverschuldigd betaald subsidiebedrag wordt dit verrekend met de aan dezelfde subsidieontvanger voor een ander tijdvak verstrekte subsidie voor dezelfde activiteiten. Burgemeester en wethouders kunnen, in bijzondere gevallen, gelet op het belang van een aanvrager, afwijken van het bepaalde in het derde en vierde lid, voor zover toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel