Naar hoofdinhoud

Artikel 16.

Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Eemsdelta 2021

Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet. Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet en een toekenning voor hulp uit het sociaal netwerk als bedoeld in artikel 2ab van de Uitvoeringsregeling Wmo herzien dan wel geheel of gedeeltelijk intrekken als het college vaststelt dat: de cliënt niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden of verplichtingen zoals opgenomen bij of krachtens de wet; de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is aangewezen; de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden, of de cliënt de maatwerkvoorziening of het pgb niet gebruikt, niet volledig gebruikt, of voor een ander doel gebruikt; de cliënt door gebruik van de voorziening overlast veroorzaakt; de cliënt door of bij gebruik zichzelf of zijn omgeving in gevaar brengt; de cliënt niet of onvoldoende meewerkt en daardoor het recht op of de noodzaak van de gevraagde voorziening niet of niet langer kan worden vastgesteld er anderszins sprake is van een onrechtmatige toekenning of besteding. Een beslissing tot verlening van een pgb kan ook worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen drie maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. In geval een besluit tot verstrekking van een voorziening geheel of gedeeltelijk is ingetrokken of is herzien, kan het college het ten onrechte betaalde persoonsgebonden budget dan wel de in natura verstrekte voorziening of de geldwaarde daarvan terugvorderen. Alle ingevolge deze verordening terug te vorderen bedragen kunnen worden verhoogd met de wettelijke rente. Het college kan bij een herziening en/of intrekking het ten onrechte verleende pgb ook geheel of gedeeltelijk rechtstreeks terugvorderen van de pgb-uitvoerder indien: deze de ondersteuning niet heeft uitgevoerd conform de gestelde eisen bij of krachtens de wet en dit niet uitsluitend de cliënt aan te rekenen is; deze onjuiste gegevens heeft verstrekt aan cliënt of het college die zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen; of wanneer de pgb-uitvoerder anderszins wist of had moeten weten dat de uitbetaling van het pgb onrechtmatig of onverschuldigd plaatsvond." Indien het college zowel terug kan vorderen bij cliënt als bij de pgb-uitvoerder, kan nooit meer teruggevorderd worden dan ten onrechte is toegekend of besteed.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel