**6.1.** Het college van burgemeester en wethouders stelt de grenzen van het projectgebied vast.
**6.2.** Iedere nieuwe woning in het projectgebied wordt betrokken bij de bepaling van het aandeel sociale woningbouw. Dit aandeel wordt als volgt bepaald:
Grootte project
Aandeel sociaal
1
0,0
2
1,0
3
1,0
4
1,0
5
2,0
6
2,0
7
2,0
8
3,0
9
3,0
10
4,0
11
4,0
**6.3.** Stortingen in het fonds zijn gerelateerd aan de grondwaarde van de te realiseren woningen.
**6.4.** Indien een project sociale woningbouw bevat, maar deze minder is dan het in het woningbouwprogramma vastgestelde percentage, dan is de storting verschuldigd naar rato van het niet gerealiseerde aandeel sociale woningbouw.
**6.5.** De storting wordt berekend aan de hand van de volgende formule: tekort sociale woningbouw * (grondwaarde aandeel niet-sociaal – grondwaarde sociale woningbouw).
**6.6.** Voor herontwikkelingsprojecten geldt een uitzondering: er geldt voor iedere woning die tot het tekort sociale woningbouw behoort een vaste storting van € 37.500.
**6.7.** Indien een project twaalf woningen of meer omvat, is het niet mogelijk om benedenwaarts af te wijken van het in het woningbouwprogramma vastgestelde percentage, bedoeld in artikel 3.3.
Artikel 6