Het college verstrekt een PGB volgens de regels van artikel 8.1.1. van de wet.
Aanvullend op de regels van artikel 8.1.1.van de wet verstrekt het college geen PGB voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was.
Een PGB wordt in principe niet verstrekt voor:
Spoedzorg;
Voortgezette diagnostiek;
Pleegzorg;
Ondersteuningsinkopen buiten EU-landen.
Een PGB mag alleen besteed worden aan een individuele voorziening zoals bedoeld in artikel 2.2 en niet aan bijkomende kosten of gebruikelijke zorg, tenzij dit expliciet is bepaald bij nadere regeling of in de beschikking.
Een jeugdige aan wie een PGB wordt verstrekt kan diensten betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk als vaststaat dat deze hulpverlener in staat is tot het verrichten van de zorg op kwalitatieve, doelmatige en veilige wijze.
Een individuele voorziening vanuit een PGB kan uitsluitend worden verstrekt aan een persoon die behoort tot het sociale netwerk indien deze persoon:
Voor zijn diensten niet meer pgb betaald krijgt dan door het college vastgestelde tarief voor informele zorg;
Niet heeft aangegeven dat de zorg aan de ontvanger van het PGB hem te zwaar valt.
Het college kan nadere regels vaststellen over de aan het PGB verbonden voorwaarden en verplichtingen.