Een jeugdige of zijn ouders stellen het college op de hoogte van wijzingen in hun persoonlijke situatie die van invloed kunnen zijn op de beslissing over de toekenning van een individuele voorziening.
Het college kan een beslissing over de toekenning van een individuele voorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat:
De jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
De jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening zijn aangewezen;
De individuele voorziening niet meer toereikend is;
De jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van een individuele voorziening of aan de voorwaarden voor het PGB; of
De jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening niet of voor een ander doel gebruiken dan wel hebben gebruikt dan waarvoor het is bestemd.
Als het college een beslissing op grond van lid 2 sub a. of lid 2 sub e. heeft ingetrokken, kan het college van degene die onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft of degene die het PGB voor een ander doel heeft gebruikt dan bestemd, de gehele of gedeeltelijke geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten PGB.
Een besluit tot toekenning van een individuele voorziening kan worden ingetrokken, als de jeugdige of zijn ouders zich niet binnen drie maanden na de besluitdatum hebben gemeld bij een jeugdhulpaanbieder.
Een besluit tot toekenning van een PGB kan worden ingetrokken als blijkt dat het PGB binnen drie maanden na uitbetaling niet is gebruikt voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.
Het college onderzoekt, mogelijk steekproefsgewijs, of de verstrekte voorzieningen worden gebruikt of besteed ten behoeve van het doel waarvoor ze verstrekt zijn.
HOOFDSTUK 4
Artikel 16
Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Eemsdelta 2021