Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.1

Toepassing bij aanbestedingen Artikel 3.1a Het aangaan en beëindigen van een overheidsopdracht

Onderdeel van Beleidsregels voor de toepassing van de Wet Bibob gemeente Goirle 2021

Voorafgaand aan het sluiten van een overheidsopdracht komt de gemeente contractsvrijheid toe. De gemeente heeft het daaruit voortvloeiende recht om geen overheidsopdracht met een gegadigde of betrokkene aan te gaan, mede of uitsluitend op basis van het feit dat de gemeente van oordeel is dat ten aanzien van die gegadigde of betrokkene een integriteitsrisico bestaat. Met betrekking tot aanbestedingen bestaat een integriteitsrisico indien sprake is van een situatie als genoemd in artikel 2.86 van de Aanbestedingswet 2012. Met betrekking tot aanbestedingen kan sprake zijn van een integriteitsrisico wanneer zich een van de situaties genoemd in artikel 2.87 van de Aanbestedingswet 2012 voordoet. De gemeente kan, in aanvulling op artikel 2.86 lid 3 van de Aanbestedingswet 2012, gedragingen en omstandigheden van aan de gegadigde of betrokkene gelieerde partijen of personen bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een integriteitsrisico betrekken. Onder gelieerde (rechts)personen wordt in ieder geval verstaan: Direct of indirect leiding aan gegadigde of betrokkene geven of hebben gegeven; bij de uitvoering van de overheidsopdracht een belangrijke rol vervullen of hebben vervuld; over gegadigde of betrokkene direct of indirect zeggenschap hebben of hebben gehad; aan gegadigde of betrokkene direct of indirect vermogen verschaffen of hebben verschaft; onderdeel zijn of zijn geweest van dezelfde groep als bedoeld in artikel 2:24b BW; direct of indirect in een zakelijk samenwerkingsverband tot gegadigde of betrokkene staan of hebben gestaan; op gegadigde of betrokkene anderszins direct of indirect invloed uitoefenen of hebben uitgeoefend; degene die redelijkerwijs met betrokkene of gegadigde gelijk kunnen worden gesteld op grond van hun feitelijke invloed op betrokkene of gegadigde. De gemeente kan in overeenkomsten een integriteitsclausule opnemen, op basis waarvan zij onder meer het recht heeft om de gegadigde of betrokkene gedurende de looptijd van de overeenkomst te screenen en de overeenkomst op te schorten of tussentijds te beëindigen vanwege een integriteitsrisico of het feit dat door de gegadigde of betrokkene onvoldoende medewerking aan een screening of aan het wegnemen van het integriteitsrisico wordt verleend. De gemeente kan tevens bedingen dat de overeenkomst kan worden opgeschort c.q. ontbonden op de gronden vermeld in artikel 3 van de Wet Bibob. Indien de gegadigde of betrokkene de integriteitsclausule niet accepteert, is de gemeente gerechtigd de onderhandelingen of besprekingen te beëindigen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel