Fraude
In 2013 is de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW (de Fraudewet) ingevoerd. Met de invoering van deze wet werd fraude gelijk gesteld met “het niet nakomen van de inlichtingenplicht”. De inlichtingenplicht verplicht alle uitkeringsgerechtigden om “onverwijld en uit eigen beweging, dan wel op verzoek van de gemeente, alle voor de bijstandsverstrekking relevante gegevens door te geven”. Houdt men zich niet aan deze verplichting dan spreekt de wet over fraude. Voor de wet doet het er niet toe of deze schending van de inlichtingenplicht onbewust of bewust gedaan is. Daarmee ontstond een breed spectrum variërend van bijvoorbeeld per vergissing een paar dagen te laat een wijziging doorgeven tot aan het jarenlang verzwijgen van inkomsten. In geval van fraude dient de gemeente het teveel ontvangen uitkering door de uitkeringsgerechtigde terug te vorderen.
Bestuurlijke boetes
Naast de vordering wegens teveel ontvangen uitkering wordt in de meeste gevallen ook een boete opgelegd. Het opleggen van een bestuurlijke boete volgt ook uit de Fraudewet. De bestuurlijke boete is de maatregel op het schenden van de inlichtingenplicht. Aan het opleggen van een boete moet altijd een individuele beoordeling ten grondslag liggen. Daarbij moet, behalve naar de mate van verwijtbaarheid, ook worden gekeken naar de persoonlijke omstandigheden en de draagkracht van de persoon die de inlichtingenplicht geschonden heeft. Als het een persoon betreft die voor de eerste keer een overtreding begaat dan kiezen wij er in bepaalde gevallen voor om eerst een waarschuwing af te geven. Bijvoorbeeld als de overtreding niet geleid heeft tot een benadelingsbedrag of als de persoon binnen 60 dagen uit eigen beweging de inlichtingen alsnog verstrekt. Verder moet er uitzicht zijn op het kunnen aflossen van de boete binnen redelijke termijn en houden we rekening met de ‘beslagvrije voet’. Als er beslag gelegd wordt op iemands uitkering dan heeft deze persoon recht op deze beslagvrije voet. Dit is een deel van het inkomen waarop in feite geen beslag gelegd kan worden. De reden hiervoor is dat de overheid vindt dat iedereen recht heeft op een minimaal inkomen ook als er schulden moeten worden afbetaald. Zonder beslagvrije voet zou iemand letterlijk geen enkel inkomen meer over kunnen houden.
Artikel 2.1