Naar hoofdinhoud
Bij begeleiding wordt onderscheid gemaakt in drie vormen begeleiding: Begeleiding A: Individuele begeleiding, die indien passend/noodzakelijk is vanwege de situatie van de cliënt kan worden gecombineerd met begeleiding B. De activiteiten zijn individueel en gericht op: Het overnemen van toezicht op de cliënt. Aansturen van gedrag (bijvoorbeeld sociale vaardigheden of persoonlijke verzorging) Ondersteunen en stimuleren van mantelzorg en informele ondersteuning Zorg op afstand. Begeleiding B: Dit is een structurele tijdsbesteding in groepsverband met een welomschreven doel waarbij de cliënt actief betrokken wordt en die hem zingeving geeft. Indien passend/noodzakelijk bij of gezien de situatie van de cliënt kan een combinatie met individuele begeleiding worden gemaakt. De activiteiten zijn gericht op: Het geven van een zinvolle daginvulling buitenshuis en: Activering gericht op persoonlijke ontwikkeling en/of; Ontlasting van mantelzorg en/of; Stabilisering of voorkomen van achteruitgang van fysieke, cognitieve en sociaal emotionele vaardigheden en/of; Toeleiding naar (betaalde) arbeid; Begeleiding C: Gespecialiseerde begeleiding bij bijvoorbeeld NAH (niet aangeboren hersenletsel) en psychische stoornissen. De activiteiten zijn gericht op: begeleiden in verband met ernstig tekortschietende vaardigheden in het zelfregelend vermogen (dagelijkse bezigheden regelen, besluiten nemen, plannen en uitvoeren van taken, beheerszaken regelen, communicatie, sociale relaties, organisatie van de huishouding); begeleiden bij sociaal-emotionele problematiek die samenhangt met de stoornis; begeleiden bij de mogelijke integratie in de samenleving en de sociale participatie, met extra aandacht voor ontwikkeltrajecten op het vlak van wonen, werken, sociaal netwerk (doelgericht toepassen van methoden van casemanagement bijvoorbeeld hulp bij de opbouw van een sociaal netwerk) met als doel zelfredzaamheid).

Rechtspraak bij dit artikel