De Fryske Marren stelt voorop dat elke inwoner of bedrijf zelf de eigen mate van participatie bepaalt. De initiatiefnemer dient hiertoe de ruimte te bieden. Voor elk initiatief dient de initiatiefnemer allereerst een zo groot mogelijk bereik te creëren, door mensen op verschillende manieren uit te nodigen om mee te doen. Denk hierbij onder andere aan een advertentie in de huis-aan-huis-krant, het verzorgen van een inloopavond en het benutten van digitale kanalen. De initiatiefnemer dient vast te leggen welke communicatiekanalen gebruikt zijn.
Op het eerste moment dat met de groep mensen die zich gemeld heeft gesproken wordt, dient de vraag te worden gesteld of alle mensen er zijn die mee moeten doen. Missen er partijen? Het antwoord op deze vraag en de acties die hieraan verbonden worden door initiatiefnemer en betrokkenen, dienen vastgelegd te worden.
Met de mensen die mee willen doen, dient gewerkt te worden met de participatieschuiven die ontwikkeld zijn door Doarpswurk. Met deze participatieschuiven wordt tussen de betrokkenen en de initiatiefnemer vastgelegd in welke mate bepaalde aspecten belangrijk worden gevonden door de betrokkenen. Samen wordt zo een afweging gemaakt welke aspecten vooral invulling moeten krijgen in het project. Waarbij 50% eigendom (combinatie tussen procesmatige- en financiële eigendom) het streven is . Belangrijk is om ruimte te bieden aan meer vormen van zeggenschap en meedoen dan enkel via geld of in eigendomsverhoudingen. De volgende aspecten dienen met de betrokkenen afgewogen te worden:
Lokale waarden. Wat houdt de mensen bezig in hun eigen omgeving? Wat zijn daar volgens hen de opgaven? Kunnen die met het project versterkt worden?
[Voorbeeld: als er binnen een buurtschap nagedacht wordt over een natuurtuin of wandelroute of andere opgaven, dan kan dit in combinatie met het zonnepark wellicht gerealiseerd worden.]
Zeggenschap. De mogelijkheid om te zeggen wat jij wilt over een project. Denk hierbij aan ontwerp en de uitwerking van participatie.
Omgevingsfonds. Een bepaald deel van de opbrengst moet ten goede komen aan de samenleving. In eerste instantie aan de directe omgeving van een zonnepark, is daar geen behoefte aan, dan gemeentebreed in het gemeentelijk duurzaamheidsfonds.
Financiële participatie. In welke vorm dan ook, vooraf of achteraf, financieel participeren in een project.
Stroom afname. Het aandeel van de opgewekte stroom dat naar inwoners en bedrijven gaat.
Voor elk van deze aspecten wordt er op een schaal van 0 tot 100% bepaald hoe zwaar dit aspect moet wegen binnen de planvorming. En welke punten binnen dit aspect belangrijk wordt bevonden door de betrokkenen.
Daarnaast wordt met de betrokkenen vastgelegd hoe zij in het vervolgproces betrokken zijn. Hoe en wanneer worden de betrokkenen hierin meegenomen en welke mate van beïnvloeding zij hebben.