De Fryske Marren is onder te verdelen in twee hoofdlandschappen:
Het open veenpolderlandschap. Kenmerkend voor het veenpolderlandschap is de openheid met langgerekte kavels waarin bebouwing (bijvoorbeeld boerderijen) als kleine clusters aanwezig is.
Het gesloten zandruglandschap. Het zandruglandschap wordt gekenmerkt door een meer gesloten karakter met es- en gaastdorpen, landgoederen en boscomplexen. Deze twee landschapstypen vragen om een andere inrichting en inpassing.
Aanvullend op de twee landschapstypen worden nog twee gebiedstypen gedefinieerd:
Bebouwd gebied. Hierbij gaat het om de bebouwde kom of een bedrijventerrein. Deze gebieden kunnen onderdeel zijn van één van de twee bovenstaande landschappen.
Water. Zonnepanelen op water kunnen bijna niet worden ingepast, hier geldt een apart kader voor.
De kaders van de vier landschaps- en gebiedstypen worden hieronder nader toegelicht. Per type wordt een werkwijze geschetst, die leidend is. Enkel in voorkomende, goed gemotiveerde gevallen kan hier in overleg van worden afgeweken.
Open landschap (veenweidegebieden en polders)
Het open landschap kenmerkt zich door het open karakter met vergezichten, weinig bebouwing en geen opgaande beplanting. Het grondgebruik wordt gedomineerd door grasland. De verkaveling van het open landschap varieert van langgerekte, smalle kavels in een waaierpatroon, tot wat grotere, vierkante kavels.
Werkwijze
De verkaveling blijft intact en zichtbaar en sloten worden niet gedempt.
Het open karakter van het gebied wordt niet aangetast.
Er wordt een landschappelijke zoom rondom het zonnepark gecreëerd, met passende beplanting.
Voor het initiatief wordt een landschapsplan opgesteld, dat uitgaat van de principes uit het provinciale kader Sinnefjilden yn it lânskip.
Er wordt invulling gegeven aan multifunctioneel ruimtegebruik, zoals:
agrarische functies (bv. begrazing);
klimaatadaptatie (bv. waterberging, tegengaan verdroging en veenoxidatie);
natuurfuncties (inrichting met variatie van vegetatie die biodiversiteit ten goede komen, bv. inheemse soorten voor lokale flora en fauna, aandacht voor weidevogels);
recreatie.
Gesloten landschap (Stuwwal)
Het gesloten landschap is een kleinschalig en besloten landschap met houtwallen, lintbebouwing en landgoederen. De aanwezigheid van bomen biedt de mogelijkheid om zonneparken landschappelijk ‘in te pakken’ en het zicht op de zonneparken enigszins te ontnemen.
Werkwijze
De verkaveling blijft intact en zichtbaar, houtwallen worden niet gekapt.
Het bestaande reliëf wordt niet aangetast
Er wordt een minimale afstand van 150 meter aangehouden tot recreatieve belevingsassen
Er wordt een landschappelijke zoom rondom het zonnepark gecreëerd, bestaande houtwallen zijn hier onderdeel van. Hekken worden door beplanting gemaskeerd.
Voor het initiatief wordt een landschapsplan opgesteld, die uitgaat van de principes uit het provinciale kader Sinnefjilden yn it lânskip.
Er wordt invulling gegeven aan multifunctioneel ruimtegebruik, zoals:
agrarische functies (bv. begrazing);
klimaatadaptatie (bv. waterberging, tegengaan verdroging en veenoxidatie);
natuurfuncties (inrichting met variatie van vegetatie die biodiversiteit ten goede komen);
recreatie.
Bebouwd gebied
Vanuit het provinciale beleid moeten zonneparken zo veel mogelijk binnen en aansluitend aan bestaand bebouwd gebied worden gerealiseerd. Op deze plekken kan een creatieve en stedelijke invulling aan (intensief) meervoudig ruimtegebruik gegeven worden. Indien er een meer landelijke nevenfunctie (agrarisch/natuur) aan dit veld wordt gegeven, zal het initiatief moeten voldoen aan de eisen van één van de voorgaande gebiedstypen.
Werkwijze
Er wordt een intensieve vorm van meervoudig ruimtegebruik toegepast, die aansluit op de behoeften van de omliggende gebouwen. Voorbeelden zijn:
parkeren;
overkapping voor opslag/bedrijvigheid;
tankstation/laadpalen;
combinatie bedrijventerrein.
Voor gebieden die aansluiten op stedelijk gebied wordt de landschappelijke inpassing (grensoverschrijdend) afgestemd op het onderliggende landschapstype.
Voor het initiatief wordt een landschapsplan of stedenbouwkundig plan opgesteld, waarin wordt beschreven hoe het initiatief past in en aansluit op het omliggende gebied. Hierbij wordt rekening gehouden met representatieve dorpsaanzichten.
In het ontwerp wordt invulling gegeven aan klimaatadaptatie:
Er mag niet meer verharding toegevoegd worden (t.o.v. huidige situatie) en er moet genoeg ruimte voor infiltratie zijn.
Het hitte-eiland effect wordt zo veel mogelijk beperkt.
Water
Ten slotte is zon op water ook een mogelijkheid. Zonnepanelen op water kunnen bijna niet ingepast worden, hier geldt een apart kader voor:
De aanvrager geeft in de aanvraag een beschrijving over hoe het zonnepark zichtbaar is vanuit de omgeving en vanaf het water. Het uitgangspunt hierbij is dat de landschappelijke kwaliteit rondom het zonnepark niet wezenlijk wordt aangetast.
Daarnaast dient de toelichting een beschrijving van de ecologische waarden van het water en het effect van de zonnepanelen hierop te bevatten. Er wordt rekening gehouden met ecologische verbindingen en recreatieve verbindingen. Dit dient een ecologische toets opgesteld door een gerenommeerd ecologisch bureau te zijn.
Er wordt naar een maat van het zonnepark gezocht die past bij de maat en schaal van het betreffende wateroppervlak en de oevers. Algemeen genomen dient het wateroppervlak altijd dominant te zijn in het beeld. Het liefst is er zicht op een groot, aaneengesloten wateroppervlak.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.2
Landschappelijke inpassing per gebiedstype
Onderdeel van Beleidskader Sinnefjilden 2020