Naar hoofdinhoud
In artikel 1 lid 1 van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart wordt bepaald wie in aanmerking kan komen voor deze kaart en aan welke voorwaarden moet worden voldaan. Als de aanvrager voldoet aan de wettelijke regelgeving, dan zal de GPK verstrekt worden. In de onderstaande subparagrafen worden de voorwaarden uiteen gezet. 1.4.1 Bestuurderskaart Voor een bestuurderskaart kunnen in aanmerking komen bestuurders die ten gevolge van een aandoening of gebrek: een aantoonbare loopbeperking hebben van langdurige aard, waardoor zij - met de gebruikelijke loophulpmiddelen - in redelijkheid niet in staat zijn zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te voet te overbruggen (artikel 1 lid 1 onder a Regeling gehandicaptenparkeerkaart). Onder 'van langdurige aard' moet men verstaan: ten minste zes maanden, waar het tijdsbeslag van de afhandelingprocedure nog moet worden bijgeteld; of permanent rolstoelgebonden zijn (artikel 1 lid 1 onder c Regeling gehandicaptenkaart); of een ernstige beperking hebben, niet zijnde een loopbeperking (artikel 1 lid 1 onder d Regeling gehandicaptenparkeerkaart). In de rechtspraak is bepaald, dat ook als de aanvrager geen uitdrukkelijk beroep doet op artikel 1 lid 1 onder d van de regeling, het college toch dient te laten toetsen of de aanvrager op deze grond in aanmerking komt voor een GPK. Het (medisch) onderzoek dient ook gericht te zijn op ernstige beperkingen, niet zijnde loopbeperkingen. Tevens dient het (geneeskundig) onderzoek niet beperkt te blijven tot lichamelijke beperkingen. Ook geestelijke stoornissen kunnen volgens de rechtspraak aangemerkt worden als een aantoonbare ernstige afwijking, anders dan een loopbeperking die rechtvaardigen dat men aanspraak kan maken op een GPK. Naast de bovengenoemde voorwaarden dient er een (geneeskundig) onderzoek plaats te vinden waaruit naar voren moet komen dat de aanvrager op medische gronden een gehandicaptenparkeerkaart nodig heeft. In hoofdstuk 3 worden deze voorwaarden besproken. Tenslotte dient men om voor een bestuurderskaart in aanmerking te komen te beschikken over een geldig bromfietscertificaat of een geldig rijbewijs afhankelijk voor welk soort voertuig de bestuurderskaart wordt aangevraagd. 1.4.2 Passagierskaart Om in aanmerking te komen voor de passagierskaart moet worden voldaan aan de voorwaarden die gelden voor de bestuurderskaart. Hierop is één uitzondering van toepassing. De passagier die een aantoonbare loopbeperking van langdurige aard heeft komt alleen in aanmerking voor de passagierskaart indien hij voor het vervoer van deur tot deur continu afhankelijk is van de hulp van de bestuurder (artikel 1 lid 1 onder b Regeling gehandicaptenparkeerkaart). Uit rechtspraak is naar voren gekomen, dat “continu afhankelijk van de hulp van de bestuurder” niet alleen betrekking heeft op het zich zelfstandig verplaatsen van de aanvrager. Alle medische omstandigheden moeten betrokken worden bij de toetsing van het criterium “continu afhankelijk zijn van de bestuurder”. Ook voor het verkrijgen van een passagierskaart dient de noodzaak hiervoor uit een (geneeskundig) onderzoek naar voren te komen. Zie hiervoor hoofdstuk 3. 1.4.3 Instellingskaart Naast de bestuurders- en passagierskaart kan ook een GPK verstrekt worden voor het (collectief) vervoer van mensen met een handicap die verblijven in een instelling, die is toegelaten ingevolge artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen. Om in aanmerking te komen voor een instellingskaart dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan: het moet gaan om een instelling die zorg verleend als bedoeld in artikel 3.1.1. van de Wet landurige zorg oftewel, een Wlz-instelling; het personeel van de instelling dient voorts belast te zijn met het vervoer van bewoners die voldoen aan de wettelijke criteria in artikel 1 lid 1 onder b, c of d Regeling gehandicaptenkaart. De aanvraag voor een instellingskaart moet worden ingediend door het bestuur van de Wlz-instelling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel