Naar hoofdinhoud
Het in deze Nota beschreven beleid is een leidraad voor de uitvoeringspraktijk van grondverzet (Besluit bodemkwaliteitEr wordt beschreven hoe de gemeente Vijfheerenlanden de bodemregelgeving vertaalt naar lokale regels en beleid. Ook staat beschreven wanneer de bodemkwaliteitskaart geldt als wettig bewijsmiddel voor de milieuhygiënische kwaliteit van de toe te passen partij grond en/of de ontvangende bodem. De Nota bodembeheer en de hierin beschreven Gebiedsspecifieke beleidsregels, is alleen van toepassing in situaties waarin sprake is van: nuttige en functionele toepassingen van grond en/of baggerspecie op de landbodem binnen het grondgebied van de gemeente Vijfheerenlanden; projectmatige ontgravingen (bij niet-ernstige gevallen van bodemverontreiniging); bodemsaneringen (bij niet-ernstige gevallen van bodemverontreiniging); aanbrengen van een afdeklaag bij grootschalige bodemtoepassingen (GBT). Deze Nota richt zich alleen op de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Of de grond civieltechnisch, fysisch of landbouwkundig geschikt is laat deze Nota buiten beschouwing. Deze Nota is verder ook niet van toepassing op de volgende situaties: Het toepassen van schone grond, zoals bedoeld in art. 4.2.2. lid 4 en 5 van de Regeling bodemkwaliteit. Deze grond is overal toepasbaar, mits de toepassing als nuttig en functioneel wordt aangemerkt, zoals bedoeld in art. 35 van het Besluit bodemkwaliteit; Het toepassen van grond in de kern van een Grootschalige bodemtoepassing (GBT). Hiervoor gelden de eisen uit het Generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit; Het direct nat verspreiden van bagger op aangrenzende percelen; Het toepassen van grond of bagger in oppervlaktewater (hiervoor is de gemeente geen bevoegd gezag). Voor de landelijk geldende regels wordt verwezen naar het Besluit bodemkwaliteit en de Regeling bodemkwaliteit. Voor nieuwe bodemverontreinigingen, die zijn ontstaan na 1 januari 1987 (of na 1 juli 1993 voor asbest), geldt de zorgplicht, zoals bedoeld in art. 13 van de Wet bodembescherming. LET OP: Voor het ontgraven, toepassen en hergebruiken van PFAS-houdende grond geldt een apart landelijk geldend kader, dat is beschreven in het Tijdelijk Handelingskader PFAS van 1 juli 2020 (THP). Aanvullend hierop wordt door de ODRU en de RUD Utrecht, samen met de provincie Utrecht, PFAS-beleid ontwikkeld voor de gebieden en situaties waar de landelijk geldende PFAS- regels niet toereikend zijn voor het grondverzet vanwege de lokale bodemsituatie. Dit PFAS- beleid is niet in deze Nota opgenomen, omdat het nog sterk in ontwikkeling is. Zodra het PFAS- beleid voor de provincie Utrecht is vastgesteld zal dit ook gelden voor het hele grondgebied van de gemeente Vijfheerenlanden. Middels een erratum zal in deze Nota naar het PFAS-beleid verwezen worden. Tot die tijd geldt, aanvullend op het THP, voor het toepassen van PFOA- houdende grond binnen het grondgebied van de voormalige gemeenten Zederik en Leerdam nog het oude beleidskader voor de toepassing van PFOA-houdende grond van 13 juni 2018 (Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, kenmerk Z-18-330610).2 Het oude beleidskader van OZHZ heeft alleen betrekking op PFOA. Voor PFOS, GenX en overige PFAS gelden de regels uit het Tijdelijk Handelingskader PFAS van 1 juli 2020 Voor de voormalige gemeente Vianen geldt tot het PFAS-beleid voor de provincie Utrecht is vastgesteld, de regels uit het THP.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel