In een aantal gebieden kan de bodemkwaliteitskaart niet (zonder meer) gebruikt worden als bewijsmiddel bij hergebruik van grond. Het gaat om de volgende gebieden:
Oppervlaktewateren (hieronder worden in deze Nota naast meren en hoofdwatergangen ook verstaan: kleinere sloten, vennen en greppels). Wanneer er bagger op de landbodem toegepast of verspreid wordt, zal er een waterbodemonderzoek conform de NEN 5720 uitgevoerd moeten zijn om de kwaliteit van de bagger te kunnen controleren of zal aangetoond moet zijn dat de watergang onverdacht is. Voor het toepassen van grond of bagger in oppervlaktewater is de gemeente geen bevoegd gezag
Verdachte bermen van (spoor)wegen. Het opgestelde Gebiedsspecifiek beleid voor het uitwisselen van bermgrond zonder onderzoek, geldt alleen voor onverdachte bermen
Gesaneerde locaties. Hier geeft de Ontgravingskaart geen representatief beeld van de werkelijke bodemkwaliteit van deze zon
Locaties waar gereinigde grond is toegepast. Gereinigde grond valt in een speciale categorie en heeft vaak andere eigenschappen (voor wat betreft uitloging van stoffen e.d.) dan normale gebiedseigen grond
Locaties die op basis van de puntbronnencheck (zie paragraaf 8.2) worden aangemerkt als verdacht ten aanzien van bodemverontreiniging. Hier dient eerst aanvullend een bodemonderzoek te worden uitgevoerd op de verdachte stoffen op de verdachte plaatsen en diepten.
Uitgezonderde gebieden
De volgende gebieden worden op voorhand al als verdacht aangemerkt. Als hier grond ontgraven wordt moet er altijd eerst een onderzoek uitgevoerd worden:
Erven van agrarische bedrijven (de grond bevat vaak meer dan 20% bodemvreemd materiaal)
Tracés van gedempte sloten (zolang aard en herkomst dempingsmateriaal onbekend zijn worden slootdempingen als bodemverdacht aangemerkt)
Puindammen en puinpaden (vaak asbestverdacht, dat moet eerst uitgesloten kunnen worden)
Stedelijke ophooglagen (zijn vaak matig/sterk verontreinigd met zware metalen, PAK of minerale olie). In Vijfheerenlanden komen deze (met name) voor in zone D
Oude bedrijfs- en industrieterreinen (hier zijn vaak veel puntbronnen aanwezig).
Uitgezonderde situaties
Voor de volgende situaties is de bodemkwaliteitskaart ook niet zonder meer als bewijsmiddel te gebruiken voor het ontgraven dan wel toepassen van grond/bagger:
Sterk verontreinigde grond. D.w.z. grond die voor één of meer stoffen gehalten bevat die de interventiewaarde overschrijden
Toepassing van grond in de kern van een grootschalige bodemtoepassing
Direct nat verspreiden van ongerijpte baggerspecie op aangrenzende percelen
Grond met meer dan 20 % aan bijmenging met bodemvreemde materialen
Grond die asbest-verdacht is en grond die meer dan 100 mg/kg asbest bevat.
Als er een bodemonderzoek of partijkeuring is uitgevoerd waaruit blijkt dat de kwaliteit van de betreffende partij grond afwijkt van de gemiddelde kwaliteit die in deze zone te verwachten is (zie Ontgravingskaarten), maar de gemeten concentraties van de onderzochte stoffen liggen voor alle stoffen onder de P80 van de betreffende zone, kan de BKK alsnog als bewijsmiddel gebruikt worden voor toepassingen in de eigen gemeente. De percentielwaarden van alle zones vind je in bijlage 3 van deze Nota.
7.1.1 Gevallen van (vermoedelijk) ernstige bodemverontreiniging
Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging wanneer het gemeten gehalte van één of meerdere stoffen in de bodemvolume van meer dan 25 m3 de interventiewaarde overschrijdt.
Wanneer er sprake is van een geval van (vermoedelijk) ernstige bodemverontreiniging is het Besluit bodemkwaliteit niet van toepassing op deze locatie/situatie. Er dient dan altijd eerst contact op te worden genomen met het bevoegd gezag Wet bodembescherming (Wbb). Tot 1 januari 2022 is dat de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD), namens de provincie Utrecht. Er is in deze Nota geen kaart opgenomen met locaties waar sprake is van een geval van (vermoedelijk) ernstige bodemverontreiniging, omdat het gaat om informatie die regelmatig wijzigt. Het is daarom nodig om voorafgaand aan grondverzet en andere activiteiten, altijd de beschikbare bodeminformatiebronnen te raadplegen. Of er op de betreffende locatie sprake is van een reeds bekend geval van (vermoedelijk) ernstige bodemverontreiniging kan nagegaan worden via het Landelijk bodemloket (www.bodemloket.nl) en op het Geoloket van de Omgevingsdienst regio Utrecht (www.odru.nl).
Voor het uitvoeren van vooronderzoek om een geval van (vermoedelijk) ernstige bodemverontreinigingen uit te kunnen sluiten, wordt verwezen naar paragraaf 8.2.2.
Hoofdstuk 7.
Artikel 7.1
Gebieden/situaties die zijn uitgezonderd van de kaart
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Vijfheerenlanden houdende regels omtrent grondverzet en bodemsanering