Elk bodemonderzoek en elke partijkeuring begint met een (historisch) vooronderzoek. Dit moet doorgaans zijn gebaseerd op de NEN 5725 “Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek”. Dat is bijvoorbeeld voorgeschreven bij bouwactiviteiten. Voor het verrichten van projectmatige ontgravingen, wordt het echter niet in alle gevallen nodig gevonden om een vooronderzoek uit te voeren dat helemaal conform de NEN 5725 is uitgevoerd en kan in sommige gevallen volstaan worden met een beperkt vooronderzoek. De globale bodemkwaliteit van de locatie waar gegraven wordt is immers al bekend en aangeduid op de Ontgravingskaart. Het gaat er daarom alleen om dat bijzondere omstandigheden uitgesloten kunnen worden.
Puntbronnencheck
Bij kleinschalige projectmatige ontgravingen kan volstaan worden met een beperkt vooronderzoek (de zogeheten puntbronnencheck). Een puntbronnencheck, in plaats van een vooronderzoek conform de NEN 5725, volstaat voor kleinschalige projectmatige ontgravingen die uitgevoerd worden binnen een bodemvolume dat kleiner is dan 25 m3. De meeste graafwerkzaamheden in de grond voldoen aan dit criterium. Hieronder zijn een aantal voorbeelden opgesomd van graafwerkzaamheden die doorgaans een beperkte omvang hebben:
Het graven van een inspectieput voor funderingsonderzoek
De aanleg van of het verrichten van herstelwerkzaamheden aan kabels, leidingen en rioleringen
Het plaatsen van een lichtmast, oplaadpaal, gaskast, enz.
Het graven van een boomplantgat.
Bij de puntbronnencheck worden in ieder geval de volgende informatiebronnen geraadpleegd:
Landelijk bodemloket (www.bodemloket.nl). Hierop vindt men informatie over geregi- streerde gevallen van (vermoedelijk) ernstige bodemverontreiniging (status, uitge- voerde onderzoeken, beschikkingen en gewenste vervolgacties)
Geoloket van de ODRU (www.odru.nl). Hierop vindt men o.a. informatie van uitge- voerde bodemonderzoeken, ondergrondse tanks, gedempte sloten en (voormalige) boomgaardpercelen, kaartlagen van de bodemkwaliteitskaart (o.a. de Ontgravings- kaarten boven- en ondergrond) en de Loodverwachtingenkaart.
Blijkt de locatie niet verdacht, dan mag met de Ontgravingskaart een inschatting worden gemaakt van de lokale bodemkwaliteit. Blijkt de locatie wel verdacht, dan is de kans aanwezig dat er verontreinigingen in de bodem aanwezig zijn die een belemmering opleveren bij het uitvoeren van de geplande werkzaamheden en zal er eerst een onderzoek naar de kwaliteit van de grond en/of het grondwater moeten worden uitgevoerd, volgens de geldende normen.
Hoofdstuk 8.
Artikel 8.2.2
Historisch vooronderzoek
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Vijfheerenlanden houdende regels omtrent grondverzet en bodemsanering