1. De subsidie voor muziekverenigingen bevat de onderdelen:
a. een bedrag per vereniging, als tegemoetkoming in de algemene kosten, in geval van:
- 10 tot 18 actieve leden, een bijdrage van € 860;
- 18 tot 35 actieve leden een bijdrage van € 1282;
- 35 of meer actieve leden, een bijdrage van € 1610.
b. een bijdrage van € 60,- per actief lid ter vergoeding van de kosten voor de muziekinstrumenten;
c. een bijdrage van € 28,- per actief lid voor kledinggeld;
d. 25% van de totale kosten voor de dirigent, regisseur en/of docent tot een maximumbedrag van € 1.250 per vereniging.
e. een extra bijdrage voor de betalende actieve leden jonger dan 24 jaar op 1 januari (jaar van de aanvraag is peildatum), € 30 per actief jeugdlid.
2. De subsidie voor zangverenigingen of –gezelschappen en koren bevat de onderdelen:
a. een bedrag per vereniging, als tegemoetkoming in de algemene kosten;
- 10 tot 18 actieve leden, een bijdrage van € 860;
- 18 tot 35 actieve leden, een bijdrage van € 1282;
- 35 tot 50 actieve leden, een bijdrage van € 1610;
- minimaal 50 actieve leden, een bijdrage van € 2574.
b. 25% van de totale kosten voor de dirigent, regisseur en/of docent tot een maximumbedrag van € 1.250 per vereniging.
c. een extra bijdrage voor de betalende actieve leden jonger dan 24 jaar op 1 januari (jaar van de aanvraag is peildatum), € 30 per actief jeugdlid.
3. De subsidie toneelverenigingen en andere podiumkunstgezelschappen bevat de onderdelen
a. een bedrag per vereniging, als tegemoetkoming in de algemene kosten, in geval van:
- 10 tot 18 actieve leden, een bijdrage van € 450;
- 18 of meer actieve leden, een bijdrage van € 700;
b. een extra bijdrage voor de betalende actieve leden jonger dan 24 jaar op 1 januari (jaar van de aanvraag is peildatum), € 30 per actief jeugdlid;
c. in afwijking van artikel 3 onder c dienen toneelverenigingen en andere podiumkunstgezelschappen slechts drie voor publiek toegankelijke activiteiten, optredens of voorstellingen per jaar verzorgen.
4. De subsidie voor (volks)dansverenigingen of –gezelschappen bevat de onderdelen
a. een bedrag per vereniging, als tegemoetkoming in de algemene kosten, in geval van
- 10 tot 18 actieve leden, een bijdrage van € 450;
- 18 of meer actieve leden, een bijdrage van € 700.
b. € 28 per actief lid als bijdrage in het kledinggeld.
5. Voor de berekening van subsidie voor overige amateurkunstverenigingen gelden de volgende grondslagen:
a. een basisbedrag van € 250.
Artikel 4.
Subsidiegrondslagen voor amateurkunst verenigingen
Onderdeel van Subsidieregeling amateurkunstbeoefening 2021