1. De Seniorenraad vergadert ten minste acht keer per jaar en verder zo vaak als de voorzitter of tenminste twee andere leden het nodig oordelen, dit onder opgave van redenen;
2. De vergaderingen worden tenminste zeven werkdagen van te voren aan de leden per uitnodiging bekend gemaakt
3. De uitnodiging bevat de agenda, dag, uur en plaats van de vergadering. De secretaris draagt zorg voor de oproep zoals bedoeld in lid 2;
4. De vergaderingen vinden geen doorgang indien niet tenminste de helft van het aantal zittende leden aanwezig is;
5. Indien een vergadering krachtens het bepaalde in lid 4 geen doorgang kan vinden, wordt een nieuwe vergadering belegd. Tussen de eerste en tweede vergadering moet een tijdvak van tenminste één week liggen. In deze tweede vergadering kunnen besluiten worden genomen, ongeacht het aantal aanwezige leden, doch alleen over onderwerpen in de oproeping tot de vergadering vermeld.