In deze verordening wordt verstaan onder:
administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;
afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college;
BBV: Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten;
begroting: als gedefinieerd in het BBV, artikel 7 lid 1;
jaarstukken: als gedefinieerd in het BBV, artikel 24 lid 1;
deelproduct: hierin worden opgenomen de te bereiken resultaten, de activiteiten en de middeleninzet om te voldoen aan de beleidsdoelstellingen, de daarmee samenhangende taakstelling evenals de daartoe benodigde budgetten.
inkomsten: totaal van de baten voor toevoegingen en onttrekkingen van reserves;
investeringskrediet: een budget bestemd voor het vastleggen van vermogen in een object waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt;
overheidsbedrijf: als gedefinieerd in Mededingingswet artikel 25 lid g: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet samen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt.