**1..** Immateriële en materiële vaste activa worden lineair afgeschreven, tenzij de raad in voorkomend geval anders besluit, en volgens de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingstermijnen bij deze verordening. De termijnen sluiten aan bij de reële gebruiksduur.
**2..** In de gevallen waarin lid 1 en de bijbehorende bijlage niet voorzien, wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de reële verwachte gebruiksduur.
**3..** Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.
**4..** De componentenbenadering wordt alleen toegepast voor zover de componenten benoemd zijn in de bijlage afschrijvingstermijnen bij deze verordening.
**5..** Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 25.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd, tenzij de grond de functie van openbare ruimte krijgt.
**6..** Activa met maatschappelijk nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 250.000 worden niet geactiveerd.
**7..** Afschrijvingstermijnen worden zo bepaald dat de boekwaarde aan het eind van de afschrijvingstermijn nihil is.
**8..** In afwijking van artikel 8 lid 7 wordt bij investeringen in bedrijfsgebouwen een restwaarde gehanteerd. Deze restwaarde bedraagt maximaal 60% van de WOZ waarde na investering.
**9..** De eerste afschrijving vindt plaats in het jaar na het gereedkomen van het actief.
Hoofdstuk 3.
Artikel 8.
Waardering en afschrijving vaste activa
Onderdeel van Financiële verordening Ooststellingwerf 2020