Naar hoofdinhoud

Artikel 3.1

Toepassingsbereik bij vastgoedtransacties

Onderdeel van Beleidslijn voor de toepassing van de wet BIBOB door het openbaar bestuur 2020

De gemeente kan de Wet Bibob toepassen met betrekking tot vastgoedtransacties zoals bedoeld in artikel 1 onder o van de Wet Bibob, waarbij de gemeente partij is. Bij de start van onderhandelingen daartoe, zal de gemeente de wederpartij ervan in kennis stellen dat een Bibob-toets deel kan uitmaken van de procedure. In de overeenkomst wordt een integriteitsclausule opgenomen, op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst bij een ernstige mate van gevaar, dan wel een mindere mate van gevaar. De integriteitsclausule houdt tevens in dat het niet beantwoorden van vragen op grond van artikel 30 en artikel 12 van de Wet kan leiden tot ontbinding van de overeenkomst. Bij vastgoedtransacties waarbij de gemeente onroerend goed verkoopt zal altijd een Bibob-quickscan plaatsvinden. Na de toetsing van de Bibob-quickscan wordt een volledige Bibob-toets toegepast indien vragen blijven bestaan over met name: de bedrijfsstructuur, of de activiteiten van de kopende partij; de financiering van de transactie; de omstandigheden in de persoon van de kopende partij; (andere) omstandigheden die de gemeente doen vermoeden dat er sprake is van een ernstig gevaar dat de vastgoedtransactie mede zal worden gebruikt om uit strafbare feiten verkregen of te verkrijgen op geld waardeerbare voordelen te benutten; (andere) omstandigheden die de gemeente doen vermoeden dat er sprake is van een ernstig gevaar dat in of met de onroerende zaak waar de vastgoedtransactie op betrekking heeft, mede stafbare feiten zullen worden gepleegd; (andere) omstandigheden die de gemeente doen vermoeden dat er sprake is van een ernstig gevaar dat ter verkrijging van een vastgoedtransactie een strafbaar feit is gepleegd. Bij vastgoedtransacties waarbij de gemeente onroerend goed aankoopt zal een volledige Bibob-toets toegepast worden indien er aanleiding bestaat om te vermoeden dat bij een vastgoedtransactie sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 9, derde lid, van de Wet Bibob. Dit vermoeden wordt gebaseerd op: eigen ambtelijke informatie en/of informatie verkregen van het Bureau en/of informatie verkregen vanuit het OM conform artikel 26 van de Wet Bibob (OM-tip) en/of informatie verkregen van een of meerdere partners binnen het samenwerkings verband RIEC. Indien de Bibob-procedure niet is afgerond voor het sluiten van de overeenkomst, wordt hieromtrent een ontbindende voorwaarde opgenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel