De hoogte van de individuele inkomenstoeslag bedraagt voor een:
Gezin: gelijk aan 38% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand voor gehuwden (artikel21 onder b Participatiewet)
Alleenstaande ouder; gelijk aan 34% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand voor ge-huwden (artikel 21 onder b Participatiewet)
Alleenstaande: gelijk aan 27% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand voor gehuwden (artikel 21 onder b Participatiewet)
Het bedrag dat vervolgens uit de berekening volgt, wordt naar boven afgerond op hele tientallen.
De hoogte van de bijstandsnorm van de maand juli in het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de aanvraag wordt ingediend, vormt de basis voor deze berekening.
Voor toepassing van het eerste lid, is de situatie op de peildatum bepalend.
Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11, 13, eerste lid, of 18 van de Participatiewet, komt de andere echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
Als één van de gehuwden in verband met volledige arbeidsongeschiktheid in de zin van de WIA/WAO/Wajong geen inkomensverbetering kan realiseren en de andere partner heeft zich onvoldoende ingespannen om het gezinsinkomen te verbeteren, en aan alle andere voorwaarden wordt voldaan, komt de niet arbeidsongeschikte echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaand of alleenstaande ouder zou gelden.