Naar hoofdinhoud
1.. Indien het aanvullend openbaar vervoer (AOV) geen passende voorziening is, kan desgevraagd een financiële tegemoetkoming verstrekt worden voor de volgende vervoersvoorzieningen: Financiële tegemoetkoming bij gebruik van eigen auto of bruikleenauto: voor een eigen auto € 1.428,00 per jaar, voor een bruikleen auto € 860,00 per jaar. Financiële tegemoetkoming bij (taxi- en rolstoeltaxi) vervoer op declaratiebasis: De hoogte van de tegemoetkoming bedraagt maximaal € 1.428,00 en is gebaseerd op maximaal 2.000 km per kalenderjaar; Indien betrokkene een rolstoel heeft in het kader van de wet bedraagt de hoogte van de tegemoetkoming maximaal € 1.285,00 en is gebaseerd op maximaal 1.800 km per kalenderjaar; Indien betrokkene een scootmobiel heeft in het kader van de wet bedraagt de hoogte van de tegemoetkoming maximaal € 1.071,00 en is gebaseerd op maximaal 1.500 km per kalenderjaar; Indien betrokkene een scootmobiel en rolstoel heeft in het kader van de wet bedraagt de hoogte van de tegemoetkoming maximaal € 1.071,00 en is gebaseerd op maximaal 1.500 km per kalenderjaar. Financiële tegemoetkoming bij een auto-aanpassing: De tegemoetkoming is gebaseerd op de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde leverancier; Indien aan aanpassing van de eigen auto de voorkeur heeft en de autoaanpassing plaatsvindt als uitruil voor het gebruik van tenminste 5 jaar AOV bedraagt de tegemoetkoming maximaal € 2.300,00. Hierop kan geen aanvullende tegemoetkoming toegekend worden voor de kosten van gebruik eigen auto of (rolstoel)taxi; Indien als gevolg van het verstrekken van een maatwerkvoorziening als bedoeld in lid II extra verzekeringskosten en hogere kosten in verband met de motorrijtuigenbelasting ontstaan, komen deze meerkosten niet voor een tegemoetkoming in aanmerking; Een maatwerkvoorziening als bedoeld in lid II wordt niet verstrekt wanneer de betreffende auto ouder is dan 5 jaar. 2.. Financiële tegemoetkoming bij een sportvoorziening: Indien er voor een cliënt door de aard van de beperking geen passend mogelijkheid is om de gewenste sport te beoefenen kan een financiële tegemoetkoming in de kosten van een sportvoorziening verstrekt worden. De cliënt komt in aanmerking voor een sportvoorziening: wanneer hij door de aard van de beperking hierop langdurig (langer dan zes maanden) aangewezen is, en Wanneer de kosten hiervoor aanzienlijk hoger zijn dan de gebruikelijke kosten die een persoon zonder beperkingen heeft voor dezelfde (of een vergelijkbare) sport; en Wanneer de cliënt aan kan tonen dat er sprake is van een actieve sportbeoefening. 3. . De hoogte van de tegemoetkoming bedraagt maximaal € 3.000,00 en is inclusief kosten voor onderhoud en verzekering; 4. . De tegemoetkoming wordt maximaal eenmaal in de drie jaar verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel