In de routekaart meerjarenopgave welzijn zijn de volgende hoofddoelstellingen geformuleerd:
Inclusie: iedereen mag en kan meedoen. Het welzijn van de samenleving als geheel is een belangrijk doel van het welzijnswerk. De basisvoorwaarde voor inclusie is dat het welzijnswerk laagdrempelig, toegankelijk en bereikbaar is voor alle inwoners. Daarnaast zijn de volgende zaken van belang:
Organisaties en groepen inwoners met elkaar verbinden: ruimte voor iedereen om mee te doen, positief contact, bijvoorbeeld: recreatieve vrijetijdsactiviteiten, oudernetwerken.
Sociale cohesie in buurten en wijken
Verbinden van inwoners aan elkaar om elkaar te versterken en eventueel te ondersteunen (eigen kracht, mensen met een kwetsbaarheid en dragende en vragende bewoners), door bijvoorbeeld: buddy’s, mantelzorg, buurtgezinnen.
Helderheid in rollen, taken en grenzen. In sommige rollen en taken van organisaties en professionals in het welzijnswerk zit overlap. Het gaat dan bijvoorbeeld om de wijkcoördinatoren en buurtverbinders die gedeeltelijk dezelfde taak hebben, de werkzaamheden in het Sociaal Juridisch Servicepunt en een deel van de werkzaamheden van het Vrijwilligershuis. Ook het onderscheid tussen formeel en informeel welzijnswerk en tussen welzijn en zorg en de overgang daartussen is niet altijd helder.
Bij overlap van taken bespreken we hoe beiden elkaar kunnen versterken en of er mogelijkheden zijn om het bij één organisatie te beleggen. Een belangrijk doel is dat het voor inwoners helder is waar zij met hun vraag terecht kunnen.
Het gaat ook om bovenstaande verdeling in werkgebieden. In de praktijk zullen de nodige dwarsverbindingen tussen de werkgebieden blijven bestaan. Dit is iets wat bijvoorbeeld ontstaat wanneer een individuele vraag overgaat in een collectieve vraag en vice versa. De grenzen tussen de werkgebieden zijn niet hard. Ook dit vraagt om goede afspraken in de samenwerking.
Op stads- en wijkniveau een sterk netwerk van professionals en inwoners. We willen wijkgericht werken om aan te sluiten bij de behoeften, kansen en mogelijkheden in die wijk. Er zijn diverse professionals en netwerken aanwezig in de wijken met een goed beeld van wat er speelt. Met al deze partijen en inwoners werken we aan een agenda voor de wijk. Hoewel welzijnswerk voor een groot deel plaatsvindt in de wijken, is op een aantal vlakken stadsbrede samenwerking van belang. In netwerkverband werken we toe naar een situatie waarin formele en informele partners complementair en in afstemming met elkaar samenwerken. Een toekomstbestendig netwerk is flexibel en weerbaar en wordt gekenmerkt door wederkerigheid en duidelijkheid.
Onbegrensd samenwerken: inwoners zien een gezicht in plaats van een organisatie. Doelstelling 2 en 3 leggen de basis voor deze vierde doelstelling: inwoners ervaren geen schotten tussen organisaties, zij kunnen hun vraag aan elke professional stellen en worden verder geholpen. Afstemming vindt plaats tussen organisaties of professionals en er komt een gezamenlijke reactie richting de inwoner. In de benadering van inwoners staat centraal wat de inwoner zelf kan en wat hij of zij daarbij nodig heeft.
Deze hoofddoelstellingen vormen het ‘raamwerk’ waarbinnen, indien nodig, per werkgebied nadere maatschappelijke- en beleidsdoelen uitgewerkt worden.
In deze notitie worden de termen gebied, wijk en buurt door elkaar gebruikt. Niet voor elke activiteit of doelstelling geldt namelijk hetzelfde niveau. Hieronder wordt het onderscheid geduid:
Gebied: 10-12.000 inwoners: 5 gebieden in Nieuwegein: Noord, JWZ, Zuid, Doorslag & Centrum en Batau. Niveau van buurtpleinen, voorzieningen en buurtverbinders.
Wijk: 16 wijken in Nieuwegein: Galecop, Huis de Geer, Blokhoeve, Batau Noord, Batau Zuid, Zuilenstein, Jutphaas-Wijkersloot, Rijnhuizen, Stadscentrum, Merwestein, Doorslag, Fokkesteeg, Hoogzandveld, Zandveld, Vreeswijk en Lekboulevard. Niveau van wijkcoördinator, wijkplatform, wijkagent, jongerenwerker. Niveau om te komen tot een sterk netwerk van inwoners en professionals.
Buurt. Elke wijk bestaat uit buurten. Op buurtniveau liggen de meeste kansen om te komen tot sociale cohesie en een gevoel van kennen en gekend worden te creëren.
Artikel 2.2