Naar hoofdinhoud
In deze meerjarenopgave is uitgewerkt wat de rol en de betekenis van het uitvoerend welzijnswerk in de gemeente moet zijn. Kort samengevat verwachten wij van de welzijnsorganisaties dat zij, vanuit hun competenties en met meerwaarde voor de inwoners, de uitvoeringspartners van de gemeente Nieuwegein zijn en daarin actief samenwerken met andere organisaties en individuen die bijdragen aan welzijn. Wil het welzijnswerk de komende jaren van betekenis blijven, dan zal het zich dienstbaar en flexibel met de samenleving moeten verhouden. Welzijnswerk heeft daarbij vier competenties te bieden, welzijnswerk: Heeft de regie en neemt initiatief; Is partner in de samenwerking met anderen en coördineert; Verwijst door, bemiddelt en leidt toe; Ondersteunt ontmoeting en initiatieven van inwoners. Welzijnswerk kan in Nieuwegein een regisserende rol spelen op het terrein van sociale samenhang, preventief jeugdbeleid, informatie en advies, ondersteuning van mantelzorgers & vrijwilligers en ondersteuning van kwetsbare groepen (mensen met een kwetsbaarheid, zoals eenzaamheid). Zoveel als mogelijk sluit het welzijnswerk aan bij inwonersinitiatieven en wordt van het welzijnswerk verwacht dat zij beschikbaar is, initiatieven van inwoners faciliteert en inspeelt op de vragen van inwoners. Maar als inwoners niet zelf de weg vinden is het welzijnswerk ook signalerend, uitnodigend en activerend. Zoals verwoord in de routekaart voorafgaand aan deze meerjarenopgave past de gemeente Nieuwegein meervoudig sturen toe (zie het kwadrant op pagina 23). In het komen tot en uitvoeren van de meerjarenopgave welzijn stellen we als gemeentelijke overheid de randvoorwaarden, uitgangspunten en kwaliteitscriteria vast, waarbinnen het welzijnswerk kan opereren en sturen we hierop. We bewegen hierbij over de verschillende rollen die de gemeente kan vervullen, bijvoorbeeld: De gemeente stimuleert de samenwerking tussen welzijnsorganisaties door daar actief het ‘voortouw’ in te nemen; De gemeente is verantwoordelijk voor de instandhouding van voldoende fysieke ontmoetingsplaatsen zoals de buurtpleinen en stelt daarvoor kwalitatieve en kwantitatieve randvoorwaarden op; De gemeente is actief betrokken bij het vraagstuk jeugd en veiligheid en de uitvoering daarvan; De gemeente faciliteert en stimuleert in samenspraak met inwoners inwonersinitiatieven; De gemeente pakt zo nodig in de uitvoering, al dan niet tijdelijk, zelf maatschappelijke vraagstukken op (KOEK, Geins Geluk, wijkcoördinatoren); De gemeente subsidieert activiteiten om gewenste doelen te realiseren; De gemeente biedt voldoende ruimte aan organisaties en inwoners om naar eigen inzicht binnen de gestelde kaders het uitvoerend werk vorm te geven. Als gemeente gaan we er bij de uitvoering vanuit dat het (formeel) welzijnswerk volgens professionele standaarden werkt en kwaliteit levert. Hiervoor hebben we jaarlijks gezamenlijke gesprekken met de formele welzijnsorganisaties. In dit gesprek zal het gaan over de vraag hoe professionele standaarden geborgd worden, op welke wijze de kwalitatieve uitgangspunten en waarden voor het welzijnswerk worden vormgegeven, hoe een bijdrage geleverd wordt aan de vier hoofddoelstellingen van de meerjarenopgave en hoe deze kwalitatief beoordeeld worden. Dit wordt vastgelegd in de subsidieafspraken. We willen als gemeente en welzijnspartners op dit vlak in interactie met de samenleving opereren. In de kwaliteitsbeoordeling leggen we de nadruk op het borgen en behartigen van bepaalde waarden. Echter om goed invulling te kunnen geven aan deze sturingsfilosofie moet aan een aantal randvoorwaarden worden voldaan. Niet in de laatste plaats omdat goede sturing in dit kader vooral kijken naar de toekomst is. Waar willen we over één, vijf of tien jaar staan en hoe kunnen onze welzijnsorganisaties daar een rol in spelen. Natuurlijk moeten we leren van resultaten uit het verleden en daarvoor tijdig goed evalueren. Sturen is dus ontegenzeggelijk iets anders dan afrekenen. Afrekenen is per definitie terugkijken (is gedaan wat is afgesproken). Sturing moet leiden tot het maken van keuzes en benoemen van effecten en resultaten. Ook zal de komende periode stevig worden geïnvesteerd in vertrouwen, respect voor elkaars professie en positie. Gelukkig zijn inmiddels een aantal belangrijke stappen gezet, namelijk: We hebben in de visie op welzijn het beleidskader geformuleerd. In de routekaart meerjarenopgave welzijn hebben we de beleidsdoelstellingen waar mogelijk geconcretiseerd en geoperationaliseerd in beoogde resultaten. En hebben we de sociale basisinfrastructuur uitgewerkt In deze meerjarenopgave welzijn zijn de prestaties, de indicatoren en de opgaven verder uitgewerkt.

Rechtspraak bij dit artikel