Het College van burgemeester en wethouders kan een maatschappelijke bijdrage, die additioneel van aard is, inzetten in zoverre dat:
Het maatschappelijke activiteiten zijn;
De gemeente geen vergoeding verstrekt voor deze werkzaamheden. De organisatie waarvoor de belanghebbende werkt mag wel een vergoeding geven
De werkzaamheden geen belemmering vormen voor het accepteren van regulier werk;
De werkzaamheden beperkt zijn in omvang en duur;
De werkzaamheden in de betreffende organisatie door belanghebbende worden verricht naast, of in aanvulling op reguliere arbeid;
De werkzaamheden niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt;
De werkzaamheden naar hun aard niet direct gericht zijn op toeleiding naar de arbeidsmarkt en niet zijn bedoeld als re-integratie-instrument.
Het College van burgemeester en wethouders kan ter nadere uitvoering van deze verordening beleidsregels vaststellen waarin wordt vastgelegd welke aanvullende werkzaamheden het College van burgemeester en wethouders in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen.
Hoofdstuk 2
Artikel 4.
Inhoud van een maatschappelijke bijdrage
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Bijdrage