Naar hoofdinhoud
1.. De cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening of pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2.. De cliënt betaalt voor het collectief vervoer een bijdrage in de kosten die per rit bestaat uit een vaste bijdrage per rit (het zogenaamde opstaptarief) en een bijdrage per kilometer. Bij meer dan 25 kilometer geldt het commerciële tarief. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld en zijn vastgelegd in de vervoersovereenkomst met Taxbus. De vervoerder brengt deze kosten rechtstreeks bij de cliënt in rekening. 3.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een bij verordening aangewezen algemene voorziening zolang de cliënt van deze voorziening gebruik maakt. 4.. De bij verordening aangewezen voorzieningen zijn: n.v.t. 5.. De hoogte van bijdrage voor een maatwerkvoorziening dan wel een persoonsgebonden budget, niet zijnde beschermd wonen of opvang, is gelijk aan het bedrag zoals genoemd in artikel 2.1.4a van de wet voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen. Met dien verstande dat de bijdrage op nihil wordt gesteld voor: de ongehuwde cliënt, die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, met een bijdrage plichtig inkomen tot 108% van het in artikel 3.8, eerste lid, onder a, onderdeel 1° Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 genoemde inkomensbedrag zoals deze bepaling luidde op 30 december 2018”. de ongehuwde cliënt, die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, met een bijdrage plichtig inkomen tot 108% van het in artikel 3.8, eerste lid, onder a, onderdeel 2° Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 genoemde inkomensbedrag zoals deze bepaling luidde op 30 december 2018”. de gehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, waarvan beiden de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, met een bijdrage plichtig inkomen tot 108% van het in artikel 3.8, eerste lid, onder c, onderdeel 2° Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 genoemde inkomensbedrag zoals deze bepaling luidde op 30 december 2018”. De bedragen geldend in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 op 30 december 2018, zullen vanaf 2020 jaarlijks worden ‘geïndexeerd’ aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie. 6.. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd. 7.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel