Naar hoofdinhoud
1.. De griffier is bevoegd tot de uitvoering van beslissingen van provinciale staten voor zover deze uitvoering ingevolge de Provinciewet niet bij gedeputeerde staten of de commissaris van de Koning ligt, met inachtneming van het bepaalde in dit artikel. Hieronder wordt in ieder geval begrepen: het verlenen van een opdracht voor de ondersteuning van werkzaamheden van provinciale staten; het verlenen van een opdracht ten behoeve van een activiteit waarvoor het fractievoorzittersconvent, de werkgeverscommissie dan wel het presidium goedkeuring heeft verleend; het beslissen omtrent de vergoeding van opleidingskosten van een statenlid, het betaalbaar stellen van fractievergoedingen, reis- en verblijfkosten, kosten voor buitenlandse dienstreis; het verlenen van een opdracht aan de accountant; het verlenen van een opdracht aan de randstedelijke rekenkamer. 2.. Indien de uitvoering van een beslissing als bedoeld in het eerste lid het aangaan van een verplichting inhoudt waarmee voor de provincie een belang tot maximaal €214.000 is gemoeid, is de griffier bevoegd. 3.. Indien de uitvoering van een beslissing als bedoeld in het eerste lid het aangaan van een verplichting inhoudt waarmee voor de provincie een belang vanaf €214.000 is gemoeid, legt de griffier het voornemen aan de voorzitter van provinciale staten ter instemming voor, alvorens daarop te beslissen. 4.. De artikelen 16, 17 en 18 van het Organisatiebesluit provincie Utrecht 2004 zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 19 van dat besluit is van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel