Naar hoofdinhoud
1.. Indien de debiteur een inkomen heeft op bijstandsniveau, bedraagt de aflossingscapaciteit, met in achtneming van de beslagvrije voet: maximaal 10% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand, inclusief de vakantietoeslag, indien de vordering het gevolg is van het niet, niet tijdig of niet volledig voldoen aan de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 17 lid 1 van de Participatiewet. Er wordt geen rekening gehouden met eventuele toeslagen op grond van artikel 36 van de Participatiewet. maximaal 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand, inclusief vakantietoeslag, in de overige situaties. 2.. Maximaal 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand bij het aflossen van leenbijstand als bedoeld in artikel 51 van de Participatiewet. 3.. Indien de debiteur een bijstandsuitkering ontvangt op grond van artikel 20 van de Participatiewet vermeerderd met een toeslag op grond van 35 van de Participatiewet, wordt de aflossingscapaciteit met toepassing van lid 1 en 2, alleen berekend over de bijstandsnorm. 4.. In geval van beslaglegging door een derde, kan de aflossingscapaciteit ingevolge de bovengenoemde leden voor alle vorderingen worden bepaald op de volledige beslagruimte, zoals aangegeven in artikel 475d leden 1 en 2 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel