De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 50 en 51 wordt vastgesteld op:
10% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie;
20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;
30% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie.
Niet nakomen van de geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 4.6
Artikel 52.