De parkeerproblematiek wordt beïnvloed door een aantal factoren. Van belang is onder meer een aantal landelijke trends, zoals bevolkingsgroei, samenstelling van huishoudens, het autobezit per huishouden en de economische ontwikkelingen.
Anno 2017 is de auto vrijwel niet meer weg te denken uit onze samenleving.
Uit onderzoek naar meningen van Nederlanders over mobiliteit blijkt dat de bevolking reizen met de auto nog steeds als een superieure vervoerwijze ervaart. Deze positieve waardering voor de auto heeft vooral te maken met het geboden comfort, het gemak, de onafhankelijkheid en de flexibiliteit die een auto biedt.
Het aantal personenauto's in Nederland is tussen 1990 en 2013 met 50% toegenomen, terwijl de bevolking in deze periode met 11 % is toegenomen. Het autobezit per 1.000 inwoners is derhalve ook gestegen, en wel met 35%.
Tussen 2005 en 2015 is het aantal personenauto’s in Nederland toegenomen met 14 procent. Omgerekend per 1.000 inwoners bedroeg de stijging 10 procent Inmiddels bezit bijna de helft van alle huishoudens één auto en bijna een kwart heeft twee of meer auto’s in bezit (CBS-Statline). Hierdoor is het voor steeds meer mensen mogelijk om zelfstandig per auto te reizen en zijn minder mensen aangewezen op de passagiersstoel.
Vanaf 2013 blijft het autobezit vrijwel gelijk.
Figuur 3.1.1. Ontwikkeling autobezit in Nederland per 100 inwoners (2005-2015), bron: CBS
Per stedelijkheidsgraad verschilt het aantal personenauto’s per duizend inwoners. Niet-stedelijke gemeenten zoals Neder-Betuwe hebben een duidelijk groter autobezit dan het landelijk gemiddelde.
Figuur 3.1.2. Aantal personenauto’s per duizend inwoners, naar stedelijkheidsgraad, bron CBS, 2014.
Het lagere autobezit in stedelijke gebieden kan onder meer verklaard worden doordat daar het rijbewijsbezit lager is dan in de rest van Nederland. De bevolkingssamenstelling speelt daarin een rol; er wonen meer (jonge) eenpersoonshuishoudens in de grote steden (het aandeel jongeren tussen de 18 en 30 jaar is daar in het algemeen hoger), waarbij het autobezit lager is (290 per 1.000 inwoners, CBS, 2014). Bovendien is er een fijnmaziger openbaar vervoernetwerk aanwezig en wordt er meer gefietst, wat de noodzaak tot het bezitten van een auto reduceert. Ruimtelijke factoren, zoals hogere bebouwingsdichtheden en de ligging ten opzichte van belangrijke activiteitenlocaties spelen eveneens een rol. Een andere invloedsfactor op het lagere autobezit in sterk verstedelijkte gebieden is het stringente gemeentelijk parkeerbeleid (Mobiliteitsbeeld 2016, Kennisinstituut voor automobiliteit).
De mobiliteit als autobestuurder, en daarmee het autoverkeer, is sinds 2005 toegenomen met 7 procent. Een derde van deze groei vond plaats in de eerste twee jaar, de periode 2005-2007. Na 2007 zwakte de groei van het aantal als autobestuurder afgelegde kilometers af, tot gemiddeld een half procent per jaar. (Mobiliteitsbeeld 2016, Kennisinstituut voor automobiliteit).
De Structuurvisie infrastructuur en ruimte van de Rijksoverheid is richtinggevend voor het nationale beleid. Het geeft een integraal kader ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. Deze structuurvisie geeft aan dat onderzoek moet uitwijzen hoe de latente vraag naar (auto)mobiliteit zich ontwikkelt. Ondanks de populariteit van de auto zijn er aanwijzingen dat deze vraag minder sterk is dan in het verleden. Veranderingen in leefpatronen, zoals arbeidsparticipatie van vrouwen, keuzegedrag van jongeren en meer spreiding en differentiatie in het mobiliteitsgedrag (bijvoorbeeld door het nieuwe werken) zijn hier mogelijke redenen voor.
Door een afnemende bevolking en een afnemende groei van het aantal huishoudens, autogebruik en autobezit is tussen 2020 en 2030 naar verwachting over heel Nederland sprake van een minder sterke groei van het personenvervoer.
Nu de economie weer aantrekt zien we wel dat mensen zich weer meer gaan verplaatsen, het wordt daarom drukker op de weg. De komende jaren dient nog rekening gehouden moet worden met een grotere vraag naar parkeerruimte.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1.
Landelijke trends en landelijk beleid
Onderdeel van Beleidsregel van de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe houdende regels omtrent de parkeernormen