Voor de toepassing van deze verordening worden buiten beschouwing gelaten:
werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen;
straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanig gebouwde eigendommen – niet zijnde gebouwen – welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri’s, hekken en palen;
onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het in stand houden van het elektriciteitsnet (Trafo);
Erven, tuinen en groenstroken bij woningen.
Hoofdstuk II
Artikel 7