Naar hoofdinhoud
Voor het opstellen van een bodemkwaliteitskaart is in de Richtlijn Bodemkwaliteitskaarten (VROM en V&W, d.d. 3 september 2007) en het Wijzigingsblad (d.d. 1 januari 2019) een aantal randvoorwaarden opgenomen waaraan de kaart moet voldoen. Aspecten waarover de bodemkwaliteitskaart minimaal duidelijkheid moet verschaffen, worden in de Richtlijn vermeld. Deze zijn: het (deel van het) beheergebied waarvoor een bodemkwaliteitskaart wordt opgesteld; de diepte en het aantal te onderscheiden dieptetrajecten waarover de uiteindelijke bodemkwaliteitskaart een uitspraak doet; de lintvormige diffuus belaste deelgebieden die worden onderscheiden (indien van toepassing); de stoffen die in de bodemkwaliteitskaart zijn opgenomen; het deel van het beheergebied (onder andere de verdachte locaties) waarvoor de bodemkwaliteitskaart niet geldig is (indien van toepassing); de onderscheidende kenmerken op basis waarvan de bodemkwaliteitszones worden gedefinieerd; de kwaliteitseisen waaraan een bodemkwaliteitszone moet voldoen om te kunnen worden vastgesteld; de statistische kengetallen op basis waarvan de bodemkwaliteitszones worden gekarakteriseerd. De eerste vijf aspecten worden in dit hoofdstuk besproken, de overige aspecten komen in de volgende hoofdstukken aan de orde.

Rechtspraak bij dit artikel