Een werkervaringsplaats onderscheidt zich van een gewone dienstbetrekking. Bij een beoordeling of er al dan niet sprake is van een dienstbetrekking toetst de rechter aan de volgende drie criteria voor het bestaan van een dienstbetrekking: het persoonlijk verrichten van arbeid, loon en gezagsverhouding. De Hoge Raad heeft bepaald dat bij werkervaringsplaatsen weliswaar sprake is van het persoonlijk verrichten van arbeid, maar dat dit overwegend gericht is op het uitbreiden van de kennis en ervaring van de werknemer. Daarbij is in de regel geen sprake van beloning.
Het doel van de werkervaringsplaats is daarom specifiek toegevoegd om het verschil met de normale arbeidsverhouding aan te geven. Op de werkervaringsplaats kan een persoon wennen aan aspecten als gezag, op tijd komen, werkritme en samenwerken met collega’s.
Hoofdstuk 4
Artikel 2.1
Werkervaringsplaats
Onderdeel van Beleidsregels Re-integratie Participatiewet gemeente Son en Breugel 2019