Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Persoonsgebonden budget (pgb)

Onderdeel van Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning Maassluis Vlaardingen Schiedam 2021

Beleidsregel 3.1 bekwaamheid voor een pgb: Een persoonsgebonden budget wordt slechts verstrekt indien de cliënt (of diens ouders indien de cliënt minderjarig is) voldoende in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen en in staat is om de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 2.3.6 lid 1 en lid 2 sub a De client moet op eigen kracht, al dan niet met hulp van een pgb-beheerder, in staat zijn tot het waarderen van zijn belangen ten aanzien van de aan het pgb verbonden taken en in staat zijn deze op een verantwoorde wijze uit te voeren. De client/pgb-beheerder wordt bekwaam geacht om een pgb te beheren als: hij in staat is de eigen situatie te overzien, zelf de zorg/hulpverlener te kiezen, te regelen en aan te sturen en de kwaliteit en voortgang van de zorg te bewaken; en, hij goed op de hoogte is van de rechten en plichten die horen bij het beheer van een pgb en in staat is de aan het pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren. Deze taken omvatten onder andere het afsluiten van een zorgovereenkomst, het nakomen van werkgevers- verplichtingen en het bijhouden van een urenregistratie over het besteden van het pgb (een maandloon is niet toegestaan); hij in staat is om adequaat en tijdig te communiceren met instanties en hulpverleners, zowel mondeling als schriftelijk. De volgende omstandigheden zijn een reden om geen pgb toe te kennen3 Geen limitatieve opsomming: Wilsonbekwaam; Geen inzicht in de eigen functionele beperkingen; Onvoldoende beschikking over organisatie- en regelvermogen en verantwoordelijkheidsbesef; Onvoldoende inzicht door dementie/vergeetachtigheid, een verstandelijke handicap of psychische problemen; Verslavingsproblematiek; Analfabetisme of onvoldoende taal- of rekenvaardig; Schuldenproblematiek; Aangetoonde fraude; Het leiden van een zwervend bestaan. Er kan voor een cliënt die beperkt bekwaam is en toch een persoonsgebonden budget wenst een uitzondering gemaakt worden, indien de cliënt hulp krijgt bij het behartigen van zijn belangen en het uitvoeren van de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken vanuit zijn sociale netwerk. Wanneer de client een vertegenwoordiger heeft om zijn belangen ten aan zien van het pgb te behartigen en de aan het pgb verbonden taken uit te voeren, worden aan deze persoon dezelfde eisen gesteld als aan de client. Er moet voorkomen worden dat er misbruik gemaakt wordt van de cliënt dan wel van het pgb door de persoon die hulp biedt. Een voorwaarde is dat de persoon die hulp biedt bij het beheer van het pgb iemand is uit de directe naaste omgeving van de cliënt. Hulp bij de administratie van het pgb door iemand van een pgb-/zorgbureau of iemand die ook de zorg/ondersteuning levert aan de cliënt is niet toegestaan. Ook wordt een professionele bewindvoerder niet geaccepteerd als beheerder van het pgb, omdat een professionele bewindvoerder geen zicht heeft op de daadwerkelijke levering en kwaliteit van de ondersteuning aan de cliënt. Beleidsregel 3.2 motivatie voor een pgb: Een persoonsgebonden budget wordt uitsluitend verstrekt indien de cliënt (of diens ouders indien de cliënt minderjarig is) zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget wenst. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 2.3.6 lid 1 en 2 sub b Het pgb wordt alleen verstrekt op verzoek van de client. Bij dat verzoek dient client te motiveren waarom hij de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wenst te krijgen. Door de verplichte motivatie voor een persoonsgebonden budget wordt geborgd dat het duidelijk een beslissing van de cliënt zelf is. Bovendien valt uit een motivatie van een cliënt veelal zijn bekwaamheid af te leiden. Wanneer een cliënt de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wenst te ontvangen wordt gewerkt met een pgb-plan. In het pgb-plan onderbouwt de cliënt waarom hij kiest voor een pgb. In het pgb-plan geeft de cliënt tevens aan hoe hij het budget wil gaan besteden, hoe de kwaliteit van de hulp gewaarborgd wordt en hoe de hulp wordt gecontinueerd bij afwezigheid van hulpverlener door bijvoorbeeld ziekte of verlof. Indien meerdere personen uit een huishouden ondersteuning nodig hebben en hiervoor een pgb wensen, kan er één pgb-plan voor het gehele huishouden worden gemaakt en wordt bekeken hoe bepaalde ondersteuningsvormen gecombineerd en afgestemd kunnen worden. Inhoud pgb-plan: Motivatie voor de aanvraag van een pgb; Op welke manier draagt de ondersteuning middels een pgb bij aan participatie en zelfredzaamheid (doel) binnen de context van de gehele ondersteuningsvraag (dus ook in relatie tot andere vormen van ondersteuning die de client gebruikt); Waar en hoe koopt de budgethouder zijn ondersteuning in (selecteren zorgaanbieder, aangaan contract, aansturen zorgaanbieder, bijhouden administratie); Hoe is de kwaliteit van de ondersteuning gewaarborgd en wat zijn de kwaliteiten van de hulpverlener; Hoe wordt de hulp gecontinueerd bij afwezigheid van hulpverlener door bijvoorbeeld ziekte of verlof; De verwachte omvang en duur van de ondersteuning. Beleidsregel 3.3 kwaliteit van de voorziening: Een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt indien voldoende is gewaarborgd dat de met het budget in te kopen voorziening veilig, doeltreffend en cliëntgericht is. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 2.3.6 lid 1, lid 2 sub c en lid 3 In de Wmo is bepaald dat de kwaliteitseisen bij zorg in natura niet één-op-één gelden voor zorg die wordt ingekocht met een pgb. Kwaliteitscriteria: De maatwerkvoorziening moet passend/doelmatig en doeltreffend zijn; De maatwerkvoorziening moet cliëntgericht zijn, dus afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt; De maatwerkvoorziening moet veilig zijn; De maatwerkvoorziening dient bij professionele ondersteuning in overeenstemming te zijn met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard; De maatwerkvoorziening dient verstrekt te worden met respect voor en inachtneming van de rechten van de client. Er is geen verantwoordingsvrij bedrag. De volgende uitgaven mogen niet worden betaald uit het pgb4 Geen limitatieve opsomming: Feestdagenuitkering; Kosten voor bemiddeling; Kosten voor het voeren van een pgb-administratie; Kosten voor het aanvragen van een VOG; Kosten voor het deelnemen aan overleggen in het kader van afstemmen en samenwerken met andere hulpverleners; Kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het pgb; Kosten voor het lidmaatschap van Per Saldo; Kosten voor het volgen van cursussen over het pgb; Kosten voor het bestellen van informatiemateriaal; Alle zorg en ondersteuning die onder een andere wet dan Wmo valt; Alle zorg en ondersteuning die onder een algemene voorziening, een algemeen gebruikelijke voorzieningen/of gebruikelijke hulp valt; Bijdragen in de kosten/abonnementstarief (CAK). Indien de client het pgb wenst te besteden aan een duurdere maatwerkvoorziening dan waarvoor het college een pgb verstrekt, geldt dat de client het meerdere zelf moet betalen. Betaling vanuit een pgb is alleen op declaratiebasis mogelijk. Een maandloon is niet toegestaan. Wanneer de cliënt een professionele hulpverlener wil inhuren, wordt beoordeeld of de hulp van goede kwaliteit is. Onder goede kwaliteit wordt verstaan dat de hulpverlener in het bezit is van relevante diploma’s en aangesloten is bij een beroepsvereniging. Daarnaast geldt voor elke professionele hulpverlener: Maakt gebruik van een ondersteuningsplan en stelt dit periodiek bij; Heeft een systeem voor het bewaken, beheersen en verbeteren van de kwaliteit; Beschikt over een VOG voor alle medewerkers; Houdt zich aan de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling; Heeft een meldplicht calamiteiten en geweld; Stelt een vertrouwenspersoon in de gelegenheid zijn taak uit te oefenen; Beschikt over een klachtenregeling. Om de kwaliteitseisen te waarborgen wordt bij het pgb-plan een ondertekende verklaring omtrent de kwaliteit en effectiviteit van de professionele hulpverlener toegevoegd. In deze verklaring verklaart de hulpverlener dat hij aan de kwaliteitseisen voldoet. Een professionele zorginstelling: is ingeschreven in het handelsregister als zijnde verlener van maatschappelijke ondersteuning; en, heeft personeel in dienst dat beschikt over de juiste kwalificaties voor zover dit voor het verlenen van de betreffende ondersteuning relevant is; en, beschikt over een kantoorruimte. Een zelfstandig werkende professionele aanbieder (zzp-er): is niet in loondienst bij een professionele zorgorganisatie; beschikt over de juiste kwalificaties voor zover dit voor het verlenen van de betreffende ondersteuning relevant is (bijvoorbeeld een diploma die relevant is voor het uitvoeren van de functie (bijvoorbeeld SPW/SPH, MWD); is aangesloten bij een beroepsvereniging; is in het bezit van een kwaliteitskeurmerk. Beleidsregel 3.4 kosten reeds gemaakt: Er wordt geen persoonsgebonden budget verstrekt voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de cliënt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 2.3.6 en Verordening artikel 10 lid 2 sub a Het persoonsgebonden budget is niet bedoeld voor kosten die voorafgaand aan de aanvraag zijn gemaakt. Voordat de aanvraag is ingediend zijn nog niet alle op de aanvraag betrekking hebbende gegevens beoordeeld. Indien voorzieningen al zijn aangeschaft of zijn gerealiseerd is een zinvolle beoordeling van de oorspronkelijke situatie veelal onmogelijk. Bovendien is er geen invloed geweest op de gekozen voorziening of materialen. Door deze beleidsregel wordt voorkomen dat een voorziening waar vroegtijdig mee is begonnen niet overeenstemt met hetgeen als goedkoopst adequate voorziening wordt beschouwd. Bovendien moeten ook factoren die buiten de woonruimte van de cliënt gelegen zijn, meegewogen kunnen worden, zoals een beschikbare aangepaste of goedkoop aan te passen woning elders, of een losse woonunit, waardoor een woningaanpassing wellicht niet noodzakelijk is. Er geldt een uitzondering indien vooraf schriftelijk toestemming is verleend aan de cliënt om alvast kosten te maken en nog is na te gaan of de ingekochte voorziening of de uitgevoerde aanpassing noodzakelijk en de goedkoopst adequate oplossing was. Beleidsregel 3.5 langdurig adequaat: Er wordt slechts een persoonsgebonden budget toegekend indien het hiermee in te kopen hulpmiddel of de hiermee te bekostigen woningaanpassing langdurig adequaat/bruikbaar is voor de cliënt. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 2.3.6 en Verordening artikel 10 lid 2 sub b Bij een cliënt met een progressief ziektebeeld staat op voorhand al vast dat binnen korte tijd vervanging van een hulpmiddel nodig is en wellicht daarna weer. Ook bij kinderen in de groei is regelmatige vervanging van een hulpmiddel noodzakelijk. Deze situaties lenen zich niet voor een persoonsgebonden budget, omdat het leidt tot kapitaalvernietiging. Een verstrekking van een voorziening in natura heeft dan de voorkeur. Een voorziening die in natura is verstrekt en niet meer geschikt is voor de cliënt komt immers in een depot en kan herverstrekt worden. Het langdurig adequaat, bruikbaar en passend zijn is verbonden aan de afschrijvingsduur van een voorziening. Bij een hulpmiddel valt hierbij te denken aan 7 jaar (afschrijving van de voorziening), bij een woningaanpassing zou de termijn langer kunnen zijn. Beleidsregel 3.6 inzet pgb bij gecontracteerde aanbieder: Een pgb voor de maatwerkvoorziening schoon huis, maaltijdverzorging, kindverzorging en ondersteuning op maat om mee te doen in de stad wordt geweigerd door de gecontracteerde zorgaanbieder indien deze volledig wordt ingezet bij deze gecontracteerde zorgaanbieder Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 2.3.6, en Verordening artikel 10 Het volledig inzetten van een pgb bij een gecontracteerde zorgaanbieder ondermijnt de systematiek van gekozen financiering en wordt om die reden niet geaccepteerd door de zorgaanbieder. Beleidsregel 3.7 inzet pgb in sociaal netwerk: Inkoop van ondersteuning binnen het sociale netwerk is mogelijk bij de maatwerkvoorziening schoon huis, maaltijdverzorging, kindverzorging en ondersteuning om maat om mee te kunnen doen in de stad en hiervoor geldt een lager pgb-tarief. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 2.3.6, en Verordening artikel 10 lid 3, 4 en 5 Voorwaarden: de persoon die de ondersteuning biedt heeft niet aangegeven dat de zorg aan de belanghebbende hem te zwaar valt (overbelasting); tussenpersonen/belangenbehartigers mogen niet uit het pgb worden betaald; voor diensten die als mantelzorg beschouwd kunnen worden, zoals het verrichten van huishoudelijke taken en/of de financiën en administratie door eerste en tweedegraads familieleden en voor taken die door een mantelzorger in het verleden onbetaald werden verricht, wordt geen pgb verstrekt. Zorg uit het eigen netwerk wordt veelal beschouwd als de beste zorg voor de laagste prijs, maar dit mag niet leiden tot vergoeding van de informele zorg die anders onbetaald geleverd zou worden. Uitgangspunt is dat hulp uit de eigen omgeving reeds maximaal moet worden ingezet voordat een beroep gedaan wordt op de gemeente. Voor zorg die in redelijkheid verwacht mag worden van het eigen netwerk (taken die een ander onbetaald zou verrichten bij familie) moet geen indicatie en dus ook geen pgb verstrekt worden. Beleidsregel 3.8 pgb en kortdurende ondersteuning gericht op herstel: Er wordt geen pgb toegekend indien er kortdurend (tot 6 maanden) een maatwerkvoorziening wordt toegekend die erop gericht is dat de cliënt binnen deze termijn zelfstandig/zelfredzaam is, zoals bij het aanleren en/of oefenen van activiteiten, bij het motiveren/activeren, bij een kortdurend advies en/of bij het geven van instructie. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 2.3.6 en Verordening artikel 10 Bij een kortdurende indicatie die wordt ingezet om (volledige) zelfredzaamheid te bereiken wordt uitsluitend Zorg in Natura verstrekt, omdat bij kortdurende ondersteuning een duidelijk resultaat en bijbehorende voortgangsrapportages verwacht worden. Uit ervaringen is bekend dat een pgb bij dergelijke indicaties niet het gewenste effect te weeg brengt, omdat taken veelal (structureel) worden overgenomen, waardoor na afloop van de indicatie het doel niet is bereikt. Beleidsregel 3.9 pgb en verblijf in een instelling of buiten de regio MVS: Indien de cliënt langer dan 4 weken aaneengesloten verblijft in een instelling of wanneer de cliënt langer dan 4 weken aaneengesloten buiten de regio MVS verblijft, wordt een persoonsgebonden budget voor de maatwerkvoorziening schoon huis, maaltijdverzorging, kindverzorging en ondersteuning op maat om mee te doen in de stad beëindigd en na melding van terugkeer weer opgestart. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 2.3.6, artikel 2.3.10 en Verordening artikel 10 en artikel 14 Een persoonsgebonden budget voor de maatwerkvoorziening schoon huis, maaltijdverzorging, kindverzorging en ondersteuning op maat om mee te doen in de stad is uitsluitend bestemd voor de woning waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft. Bij zorg in natura wordt ook geen ondersteuning geleverd wanneer de cliënt is opgenomen of wanneer de cliënt buiten de regio MVS verblijft. Aangezien het persoonsgebonden budget als alternatief voor zorg in natura wordt verstrekt, wordt hetzelfde uitgangspunt gehanteerd. De cliënt is verplicht om een verblijf in een instelling of een verblijf buiten de regio, indien mogelijk vooraf, te melden. Beleidsregel 3.10 pgb bij verhuizing buiten de regio MVS en overlijden: Een persoonsgebonden budget wordt beëindigd op de dag dat de cliënt overlijdt of verhuist naar buiten de regio MVS. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 2.3.6, artikel 2.3.10 en Verordening artikel 10 en artikel 14 Uitzonderingen: Bij overlijden van een cliënt met een persoonsgebonden budget voor de maatwerkvoorziening schoon huis, maaltijdverzorging, kindverzorging en ondersteuning op maat om mee te doen in de stad, waarbij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) niet de salarisadministratie verricht, geldt als beëindigingsdatum de datum van het overlijden; Bij overlijden van een cliënt met een persoonsgebonden budget voor de maatwerkvoorziening schoon huis, maaltijdverzorging, kindverzorging en ondersteuning op maat om mee te doen in de stad, waarbij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de salarisadministratie verricht, geldt als beëindigingsdatum 1 maand na het overlijden (opzegtermijn van een maand). Bij hulpmiddelen die bekostigd zijn met een persoonsgebonden budget bestaan bij een verhuizing naar een adres buiten de regio MVS of overlijden de volgende mogelijkheden: de cliënt verzoekt de nieuwe gemeente het resterende deel van het persoonsgebonden budget, gebaseerd op de afschrijving (inclusief het toegekende budget voor onderhoud), over te nemen; de cliënt (of een erfgenaam) behoudt de voorziening en betaalt het resterende deel van het persoonsgebonden budget, gebaseerd op de afschrijving (inclusief het toegekende budget voor onderhoud); de cliënt (of een erfgenaam) draagt het eigendomsrecht van de voorziening over en de voorziening wordt kosteloos (mits deze zich binnen de regio MVS bevindt) opgehaald door de gecontracteerde leverancier, waarbij restitutie van een meerprijs die een cliënt heeft betaald bij aanschaf van de voorziening niet mogelijk is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel