Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 4.

Inzet van algemeen gebruikelijke voorzieningen

Onderdeel van Wmo-richtlijn indicatiestelling Eemsdelta

Dergelijke voorzieningen moeten voldoen aan de volgende voorwaarden: niet speciaal bedoeld voor mensen met een handicap, zodat de voorziening ook op grote schaal door niet-gehandicapten wordt gebruikt, en gewoon in een normale winkel te koop en niet speciaal in revalidatievakhandel of soortgelijke winkels, en qua prijs niet (aanzienlijk) duurder dan vergelijkbare producten met hetzelfde doel. De Centrale Raad van Beroep heeft aangegeven dat als het gaat om vervanging van een voorziening die (nog lang) niet afgeschreven is en als het gaat om een persoon die een inkomen heeft dat door onvermijdbare kosten op grond van de handicap, onder de bijstandsnorm komt, wellicht een uitzondering gemaakt moet worden. Inzet van algemene voorzieningen Dit zijn voorziening die niet bedoeld zijn voor iedereen, maar meestal zijn opgezet voor een bepaalde groep burgers, zodat die op een eenvoudige wijze – zonder een aanvraagprocedure – zijn te verkrijgen of te gebruiken. Voorbeelden zijn: dagrecreatie voor ouderen sociale alarmering boodschappenbus, maaltijdservice en het eetcafé klussendiensten (- ramen)wasservice rolstoelpools en scootmobielpools voor incidentele situaties kinderopvang in al zijn verschijningsvormen kortdurende huishoudelijke hulp Een algemene voorziening is geen maatwerkvoorziening. Voor een algemene voorziening kan soms wel een eigen bijdrage worden gevraagd. Inzet van voorzieningen uit andere wet- en regelgeving Het gaat hier om een grote diversiteit aan algemene en specifieke wettelijke regelingen, waarbij de afbakening ten opzichte van de Wmo niet altijd ven scherp is geregeld. Zoals: Wet op primair onderwijs, Wet op voortgezet onderwijs, Wet langdurige zorg, Zorgverzekeringswet, Jeugdwet, Participatiewet en de Wet kinderopvang. Als het inkomen een probleem vormt, kan een beroep worden gedaan op de bijzondere bijstand.

Rechtspraak bij dit artikel