Naar hoofdinhoud
1.. De rekenkamer stelt jaarlijks een onderzoeksprogramma op, gehoord de Programmaraad. In dat programma dient een evenwichtige verdeling tussen de deelnemersspecifieke en gezamenlijke onderwerpen te worden aangebracht, waarbij als uitgangspunt geldt dat per jaar vier tot acht onderzoeken uitgevoerd zullen worden. Bij de voorbereiding van het onderzoeksprogramma houdt de rekenkamer rekening met het bepaalde in artikel 183 Provinciewet. 2.. Het ontwerp onderzoeksprogramma wordt jaarlijks aan de deelnemers voorgelegd, die daarover van hun zienswijzen kunnen doen blijken. 3.. Het onderzoeksprogramma wordt door de rekenkamer uiterlijk acht weken na voorlegging voor zienswijzen vastgesteld. Deze vaststelling wordt terstond medegedeeld aan de deelnemers, de colleges van Gedeputeerde Staten en de programmaraad.

Rechtspraak bij dit artikel