Naar hoofdinhoud
1.. Voor de toepassing van het bepaalde in artikel 41, eerste lid, onderdeel h en artikel 26, derde lid, eerste volzin, van de Wet gemeenschappelijke regelingen met betrekking tot de inwerkingtreding van deze regeling zal het college van Gedeputeerde Staten van Flevoland zorg dragen. 2.. Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 3.. De werking van deze regeling zal periodiek worden geëvalueerd. Voor de eerste keer zal dit gebeuren drie jaar na de datum van inwerkingtreding en vervolgens om de zes jaar. 4.. De opdracht voor de evaluatie zal in onderling overleg tussen de deelnemers en de rekenkamer worden opgesteld, gehoord de Programmaraad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel