1. Een gemeente die tot de regeling wenst toe te treden of uit te treden, richt het verzoek ter zake aan het algemeen bestuur.
2. Het algemeen bestuur zendt het verzoek als bedoeld in het eerste lid binnen drie maanden aan de colleges van de deelnemende gemeenten, onder overlegging van zijn advies omtrent de toetreding of de uittreding en de eventueel aan de toetreding of de uittreding te verbinden voorwaarden.
3. Toetreding vindt plaats indien de colleges van de meerderheid van de deelnemende gemeenten daarmee hebben ingestemd.
4. Aan de toetreding kunnen bij de in het derde lid bedoelde besluiten de in het tweede lid bedoelde voorwaarden worden verbonden.
5. De toetreding gaat in op 1 januari van het jaar, volgende op het jaar waarin is voldaan aan de vereisten genoemd in artikel 26, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
6. Het algemeen bestuur stelt een regeling vast waarin wordt vastgelegd onder welke voorwaarden uittreding kan plaatsvinden.
7. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding en stelt de verschuldigde schadeloosstelling vast.
8. De uittreding gaat in op 1 januari van het tweede jaar volgend op het jaar waarin het algemeen bestuur het besluit zoals genoemd in het eerste lid heeft ontvangen, tenzij door het algemeen bestuur een eerdere datum is bepaald.
§ 14.
Artikel 30
Artikel 30
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden