Naar hoofdinhoud
1.. De provincie zal overgaan tot het afbreken van de onderhandelingen, indien uit het eigen onderzoek en/of een eventueel daarop afgegeven advies van het LBB blijkt dat één van de onderstaande situaties zich voordoet: er is sprake van ten minste een mindere mate van gevaar dat de vastgoedtransactie mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten; er is sprake van ten minste een mindere mate van gevaar dat in, op of met de onroerende zaak waar de vastgoedtransactie betrekking op heeft, mede strafbare feiten zullen worden gepleegd; er is sprake van feiten en/of omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die naar het oordeel van de provincie een integriteitsrisico vormen (ongeacht de mate van gevaar); er is sprake van feiten en/of omstandigheden die er op wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat in het kader van het aangaan van de vastgoedtransactie een strafbaar feit is gepleegd; het vragenformulier is niet, niet geheel of niet waarheidsgetrouw is ingevuld en geretourneerd; aanvullende vragen door de provincie of het LBB niet, niet geheel of niet waarheidsgetrouw zijn beantwoord; niet, niet geheel of niet waarheidsgetrouw is voldaan aan een verzoek om aanvullende informatie door de provincie of het LBB. 2.. In de gevolgen van een Bibob-onderzoek dat is gestart nadat de vastgoedtransactie is aangegaan, wordt bij overeenkomst voorzien.

Rechtspraak bij dit artikel