Er kan van worden uitgegaan dat de ouders van schoolgaande kinderen noodzakelijke meerkosten hebben als gevolg van het feit dat die kinderen naar school gaan. Daarnaast kan er vanuit worden gegaan dat er noodzakelijke kosten gemaakt moeten worden om die kinderen maatschappelijk te laten participeren waardoor zij zich kunnen ontplooien en ontwikkelen.
Om te voorkomen dat kinderen van minder draagkrachtige ouders belemmerd worden in hun ontwikkeling, kunnen de ouders eenmaal per jaar voor een bijdrage van maximaal
€ 210,-- per kind in aanmerking komen als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Er zijn schoolgaande kinderen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar die deel uitmaken van het gezin;
Het in aanmerking te nemen inkomen van de ouder(s) is lager dan de 120% van de toepasselijke bijstandsnorm;
Er is sprake van aantoonbare aan het kind toe te schrijven kosten die gepaard gaan met het volgen van onderwijs of maatschappelijke participatie, zoals culturele of sportieve activiteiten.
Omdat de bijzondere bijstand kan worden verleend voor zowel (directe als indirecte) schoolkosten als kosten van maatschappelijke participatie, komt een breed scala van kosten in aanmerking voor vergoeding. Te denken valt onder andere aan: gymkleding, een luizencape, een rekenmachine en overige schoolbenodigdheden;
aan lidmaatschap van sport-, muziek-, hobby-, ballet en toneelverenigingen, internetgebruik voor het maken van werkstukken en educatie in het algemeen, sportartikelen en sportkleding, museumbezoek en andere culturele activiteiten, deelname aan lessen en cursussen etc.
Verplichting
Bij toekenningsbeschikking wordt de verplichting opgelegd om bewijsstukken/ aankoopbewijzen waaruit blijkt dat de bijzondere bijstand is aangewend voor het doel waarvoor het is verstrekt, gedurende twee jaar te bewaren.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.1