Bij detentie eindigt de uitkering met ingang van de eerste dag van detentie. Bij aanwezigheid van een achterblijvende partner wordt de hoogte van de uitkering met ingang van diezelfde dag aangepast naar de nieuwe toepasselijke norm.
Wanneer het een alleenstaande gedetineerde betreft kan de vraag spelen of de eigen woning moet worden aangehouden. Het feit dat tijdens detentie in huisvesting wordt voorzien kan niet zonder meer tot de conclusie leiden dat het aanhouden van de eigen huisvesting niet (meer) noodzakelijk is. Dat zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld.
Indien de gedetineerde niet voor de kosten en vaste lasten van het aanhouden van de eigen huisvesting heeft kunnen reserveren of geen tijdelijke verhuurregeling heeft kunnen treffen met familie/vrienden kan bijstand worden verleend.
Recht bijzondere bijstand
Er kan recht op bijzondere bijstand bestaan voor de kosten van het aanhouden van de woning indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
De detentieduur is niet langer dan 6 maanden.
De mogelijkheid tot reserveren moet hebben ontbroken. Hierbij wordt er bij berekening van de reserveringscapaciteit vanuit uitgegaan dat vanaf het moment van de veroordeling tot het moment van de daadwerkelijke detentie, 6% van de toepasselijke bijstandsnorm gereserveerd is.
Er is getracht (indien dat mogelijk was) de woning te verhuren.
Hoogte bijzondere bijstand
Er kan bijzondere bijstand verstrekt worden voor de maandelijkse huur en de kosten van energievoorzieningen op basis van niet-verbruik.
Draagkracht
In afwijking van de algemene draagkrachtregeling die is neergelegd in hoofdstuk 2 worden bij verlening van bijzondere bijstand voor de kosten van het aanhouden van de eigen woning in geval van detentie alle middelen in aanmerking genomen (dit betekent dat geen enkele vrijlating van toepassing is bij het berekenen van de draagkracht).
Vorm bijzondere bijstand
De bijzondere bijstand voor de kosten van het aanhouden van de eigen woning in geval van detentie kan uitsluitend in de vorm van een lening.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.22