Personen van 18 t/m 20 jaar die in een inrichting verblijven, hebben geen recht op algemene bijstand (artikel 13 lid 2 onderdeel a Pw). De inrichting waar ze verblijven voorziet grotendeels in hun algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Bij personen in deze leeftijdscategorie wordt van de ouders over het algemeen een bijdrage gevraagd in de kosten van het verblijf in de inrichting.
Voorliggende voorziening
Voor zover de inrichting niet voorziet in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, denk aan: zak- en kleedgeld en overige kosten die de inrichting niet vergoedt, zal eerst een beroep op de ouders moeten worden gedaan. Deze hebben ingevolge Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek een onderhoudsplicht totdat het kind de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt. Alleen wanneer om redenen genoemd in artikel 12 Pw geen beroep op de ouders kan worden gedaan, is verlening van bijzondere bijstand voor levensonderhoud mogelijk. Dit is het geval wanneer de middelen van de ouders ontoereikend zijn of het onderhoudsrecht jegens die ouders redelijkerwijs niet te gelde kan worden gemaakt.
Hoogte van de bijzondere bijstand voor levensonderhoud voor jongeren in een inrichting
De hoogte van de bijzondere bijstand voor zak- en kleedgeld die kan worden verstrekt aan personen van 18 t/m 20 jaar die in een inrichting verblijven is gelijk aan de norm voor algemene bijstand die geldt voor personen van 21 jaar of ouder die in een inrichting verblijven.
Indien de ouders wel een financiële bijdrage leveren, dan wordt de bijzondere bijstand verlaagd met het bedrag van die bijdrage.
Vorm bijzondere bijstand
De bijzondere bijstand wordt verstrekt om niet.
Verhaal
Wanneer met toepassing van artikel 12 Pw bijzondere bijstand wordt verleend aan een persoon van 18 t/m 20 jaar dan wordt deze bijstand indien redelijkerwijs mogelijk, tot de grens van de onderhoudsplicht van artikel 1:395a BW verhaald op de ouders (artikel 62 onderdeel c Pw).
Belastingen en premies
Als de bijzondere bijstand wordt verstrekt voor levensonderhoud, zijn over dit bedrag belastingen en premies verschuldigd.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.9