Een gestopte inzamelende organisatie die aan de voorwaarden uit artikel 1.5 voldoet, ontvangt gedurende drie jaar jaarlijks een afbouwbedrag.
Het afbouwbedrag wordt berekend aan de hand van een percentage van het totaalbedrag dat de gemeente de inzamelende organisatie over het jaar 2020 voor het door haar ingezamelde oud papier en karton heeft uitbetaald.
In 2021 ontvangt een gestopte inzamelende organisatie 100 procent van het totaalbedrag dat de gemeente over 2020 uitbetaalde.
In 2022 ontvangt een gestopte inzamelende organisatie 50 procent van het totaalbedrag dat de gemeente over 2020 uitbetaalde.
In 2023 ontvangt een gestopte inzamelende organisatie 25 procent van het totaalbedrag dat de gemeente over 2020 uitbetaalde.
De uitbetaling van het afbouwbedrag vindt jaarlijks plaats in de maand april.
Indien een inzamelende organisatie in het jaar 2021 met terugwerkende kracht per 1 januari 2021 van de beëindigingsregeling gebruik maakt, dan wordt op de dag van ontvangst van de schriftelijke aanmelidingals bedoeld in artikel 1.5, lid 3 onderdeel b , de betaling op basis van artikel 1.3 en artikel 1.7 stopgezet. De betalingen die over het jaar 2021 reeds aan de inzamelende organisatie zijn verricht, worden verrekend met het afbouwbedrag dat voor het jaar 2021 uit lid 3 voortvloeit. Het restant over 2021 wordt uiterlijk twee maanden na het beëindigen van de inzameling uitbetaald.
Artikel 1.6
Hoogte van de beëindigingsregeling en de uitbetaling
Onderdeel van Garantie- en beëindigingsregeling Oud Papier Gemeente Súdwest-Fryslân