Naar hoofdinhoud
(artikel 2.4 Wmo-verordening 2015) Op de aanvraag zal in beginsel binnen twee weken een besluit (beschikking) genomen moeten worden. Deze termijn is relatief kort omdat het voorwerk al in het onderzoek als hierboven beschreven is gebeurd. Onder omstandigheden kan het zo zijn dat er nader onderzoek gedaan moet worden naar bijvoorbeeld de specifieke aandoening en daardoor veroorzaakte beperkingen, om de juiste maatwerkvoorziening te bepalen. In dat geval kan de beslistermijn op grond van de Algemene wet bestuursrecht worden verlengd. Amsterdam schakelt in dat soort gevallen in principe een extern adviesorgaan in. Zodra tijdens het onderzoek naar aanleiding van de melding blijkt dat mogelijk sprake zal zijn van een (aanvraag voor een) maatwerkvoorziening, kan ook in die fase al dit externe adviesorgaan ingeschakeld worden, opdat de afhandelingstermijn zo kort mogelijk is en er geen onnodige bureaucratie ontstaat. De aanvraag voor een maatwerkvoorziening moet in beginsel schriftelijk worden ingediend, maar kan voor sommige voorzieningen ook mondeling of digitaal worden ingediend. Dit laatste kan de snelheid van afhandeling bevorderen. Deze optie wordt op termijn zo breed mogelijk ingezet, waar dat mogelijk is, met behoud van een zorgvuldige procedure en afhandeling. Op dit moment is de mondelinge aanvraag mogelijk voor Aanvullend Openbaar Vervoer en maatschappelijke opvang. Als de cliënt zijn maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget (Pgb) voor ambulante ondersteuning, dagbesteding, hulp bij het huishouden, beschermd wonen of logeeropvang wil aanvragen, dan moet hij hiervoor een aantal aanvullende gegevens aanleveren. Het gaat om de volgende stukken: een Pgb-plan, waarin de cliënt motiveert waarom hij een Pgb wens en aangeeft door wie de ondersteuning geleverd zal worden; een zorgplan, waarin de betrokken hulpverlener aangeeft welke bijdrage hij levert aan de doelen van de cliënt; een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) van de betrokken hulpverlener, tenzij de hulpverlener een familielid, tot in de vierde graad, is van de cliënt. Een aanvraag voor een financiële tegemoetkoming meerkosten moet door een cliënt digitaal of schriftelijk worden ingediend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel