(artikel 4.2 Wmo-verordening 2015)
aProductbeschrijving
Algemeen
In de Wmo 2015 is het persoonsgebonden budget (Pgb) een gelijkwaardig alternatief voor ondersteuning in natura. Een Amsterdammer die een geïndiceerde maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget wenst, geeft dit gemotiveerd aan en hij stelt een zogenoemd Pgb-plan op, tenzij het een aanvraag voor een woonvoorziening, vervoersvoorziening of rolstoel betreft. In die gevallen is geen Pgb-plan nodig, en toetst het college de aanvraag en de aanvrager enkel op doelmatigheid, Pgb-vaardigheid en motivatie.
Een persoonsgebonden budget kan worden verstrekt ten behoeve van een maatwerkvoorziening als bedoeld in hoofdstuk 4 A. van de Wmo-verordening 2015.
Voor de aanvraag van een persoonsgebonden budget wordt gebruik gemaakt van het door het college vastgestelde Pgb-plan.
De motivatie en Pgb-vaardigheid van de aanvrager van een persoonsgebonden budget en de doelmatigheid van het zorginhoudelijke voorstel wordt getoetst aan de hand van een door de aanvrager ingevuld Pgb-plan en een door de betrokken zorgverlener ingevuld zorgplan. Beide documenten vormen een onderdeel van het gesprek als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Wmo-verordening 2015.
Indien er een Pgb-vertegenwoordiger is, wordt de Pgb-vaardigheid van die vertegenwoordiger getoetst. Hulp uit het sociale netwerk is geen vorm van vertegenwoordiging. Een cliënt die door iemand uit zijn sociale netwerk wordt geholpen bij het beheren van zijn Pgb, moet zelf bekwaam zijn.
Als de cliënt het budgetbeheer door een Pgb-vertegenwoordiger laat uitvoeren, mag deze niet tevens de zorgverlener van de cliënt zijn, tenzij hiervoor door de gemeente toestemming is verleend.
Er is sprake van professionele hulp als de werkzaamheden beroepsmatig uitgevoerd worden en de persoon ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel. De omschrijving van de bedrijfsactiviteiten van de onderneming moet aansluiten bij de te leveren diensten voor het Pgb.
Er gelden voor zowel professionele als informele hulpverleners kwaliteitseisen. De cliënt dient zich ervan te vergewissen dat de betrokken hulpverlener(s) aan deze kwaliteitseisen voldoen. De kwaliteitseisen zijn opgenomen in bijlage 5.
Combinatie van zorg in natura en persoonsgebonden budget
Als een cliënt meerdere maatwerkvoorzieningen nodig heeft, is het mogelijk dat hij de ene voorziening in natura ontvangt en de andere voorziening met een Pgb zelf regelt. Het is níet mogelijk om één maatwerkvoorziening deels in natura en deels in de vorm van een Pgb te ontvangen. De beschikking
De toekenningsbeschikking van het college aan de budgethouder bevat naast de in artikel 2.6 van de Wmo-verordening 2015 genoemde informatie de mededeling dat de zorgovereenkomst door de Sociale Verzekeringsbank wordt doorgezonden aan de belastingdienst.
Voorzieningen
Hulp bij het huishouden
Het ondersteuningsplan voor hulp bij het huishouden bevat een afsprakenoverzicht waarin voor de doelen uit het ondersteuningsplan wordt beschreven wat nodig is aan huishoudelijke activiteiten en hoe deze worden bereikt;
Het ondersteuningsplan met het afsprakenoverzicht is de basis voor het aantal punten dat wordt toegekend op grond waarvan het Pgb-budget wordt vastgesteld (voor uitleg zie artikel 4.2 lid 3 onder h van de verordening en bijlage 2 van deze Nadere regels).
De budgethouder bepaalt met zijn hulpverlener de feitelijke inzet.
Woonvoorzieningen
De hoogte van het persoonsgebonden budget voor woonvoorzieningen wordt vastgesteld op het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte.
Bij berekening van de kosten van een woonruimteaanpassing is het uitrustingsniveau van een sociale huurwoning bepalend.
Vervoersvoorzieningen
Bij koop van een individuele vervoersvoorziening wordt het persoonsgebonden budget vastgesteld op de hoogte van de goedkoopst adequate voorziening. Het budget wordt indien nodig verhoogd met een bedrag voor onderhoud of verzekering.
De bedragen voor het persoonsgebonden budget worden gebaseerd op de gemeentelijke uitgaven voor de voorzieningen in natura.
De volgende maatwerkvoorzieningen worden alleen als persoonsgebonden budget verstrekt.
Gebruik taxi of vervoer door derden.
Gebruik rolstoeltaxi of vervoer door derden.
Gebruik taxi of vervoer door derden naast gebruik van fiets, scootmobiel of (elektrische) rolstoel.
Aanpassing aan een eigen vervoermiddel.
Rolstoelen
Bij koop van een rolstoel wordt het persoonsgebonden budget vastgesteld op de hoogte van de goedkoopst adequate voorziening. Het budget wordt indien nodig verhoogd met een bedrag voor onderhoud of verzekering.
De bedragen voor het persoonsgebonden budget worden gebaseerd op de gemeentelijke uitgaven voor de voorzieningen in natura.
Ambulante ondersteuning
De hoogte van het persoonsgebonden budget is afhankelijk van de mate van ondersteuning. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten:
Vinger aan de polscontact, om de Amsterdammer in beeld te houden, waarbij toetsend contact plaatsvindt met als doel de preventie van toename van de zorgvraag en signalering van risico op terugval: uitgangspunt 6 uur per jaar. Meer of minder uren kunnen worden toegekend als de noodzaak daartoe onderbouwd wordt.
Licht intensieve ondersteuning als toetsen en adviseren nodig zijn: uitgangspunt 1,75 uur per week. Meer of minder uren kunnen worden toegekend als de noodzaak daartoe onderbouwd wordt.
Matig intensieve ondersteuning als naast toetsen en adviseren ook instructie nodig is: uitgangspunt 4,5 uur per week. Meer of minder uren kunnen worden toegekend als de noodzaak daartoe onderbouwd wordt.
Hoog intensieve ondersteuning als bovendien toezicht nodig is om inzicht en overzicht te houden: uitgangspunt 6 uur per week. Extra uren kunnen beargumenteerd worden toegekend als de noodzaak daartoe onderbouwd wordt.
Dagbesteding
Indien de aanvrager voldoet aan de criteria dan wordt dagbesteding toegekend.
Voor de hoogte van het budget is het uitgangspunt 6 dagdelen per week. Extra dagdelen kunnen beargumenteerd worden toegekend als de noodzaak daartoe onderbouwd wordt.
Onderstaande bepalingen geven aan wat het maximaal aantal toe te kennen dagdelen per resultaat per week is.
Meedoen in de samenleving: minimaal 1 dagdeel en maximaal 9 dagdelen
Meewerken in de samenleving: minimaal 3 dagdelen en maximaal 9 dagdelen
Arbeidsmatige activering: minimaal 5 dagdelen en maximaal 9 dagdelen
Met het resultaat ‘de mogelijkheid tot inlopen’ worden Amsterdammers bereikt die zich niet zelf bij wijkzorg melden en vaak professionele ondersteuning mijden waarvoor een melding of aanvraag nodig is. Gezien het karakter van dit resultaat is verstrekking als persoonsgebonden budget niet mogelijk.
Indien geïndiceerd wordt een financiële tegemoetkoming voor vervoer naar dagbesteding toegekend. Zie paragraaf 4.10.8 voor meer informatie.
Beschermd wonen
Voor het vaststellen van de hoogte van een persoonsgebonden budget vormen de GGZ-C Zorgzwaartepakketten (ZZP) 3 tot en met 5 conform de AWBZ 2014 het maximum.
Voor cliënten in een gezamenlijk wooninitiatief bestaat de mogelijkheid om een toeslag toe te kennen; voor de bestedingsmogelijkheden van deze toeslag wordt aangesloten bij de mogelijkheden die de gelijksoortige toeslag op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) biedt.
De indicatiesteller bepaalt aan de hand van het Pgb-plan en het gesprek daarover voor welke onderdelen de cliënt in aanmerking komt. Bepalend hierbij is de mate waarin de cliënt bescherming en ondersteuning nodig heeft. Ambulante ondersteuning maakt altijd onderdeel uit van een Pgb voor beschermd wonen. De noodzaak van persoonlijke verzorging, verpleging, hulp bij het huishouden, dagbesteding en vervoer wordt separaat door de indicatiesteller bepaald.
De mate waarin een cliënt dagbesteding nodig heeft, wordt bepaald aan de hand van de behoefte van de cliënt aan ondersteuning bij het verkrijgen van een dagstructuur.
De noodzaak voor het bieden van vervoer door de gemeente hangt ervan af of de cliënt redelijkerwijs in staat is zelf vervoer te regelen.
De indicatiesteller kan gemotiveerd afwijken van de ondersteuningswens die de cliënt in zijn Pgb-plan heeft opgenomen.
Logeeropvang
De hoogte van het Pgb wordt gebaseerd op een bedrag per etmaal.
Het Pgb kan besteed worden om te logeren bij een professionele aanbieder van logeeropvang (bijvoorbeeld een instelling of logeerhuis).
bVoorwaarden voor verstrekking
In het onderstaande worden een aantal voorwaarden, beperkingen en afwijkingsmogelijkheden vastgesteld en waar nodig toegelicht.
Besteding buiten Amsterdam
De budgethouder kan het persoonsgebonden budget voor ten hoogste dertien weken per kalenderjaar inzetten voor betaling van zorg te verlenen tijdens zijn verblijf buiten Amsterdam.
De budgethouder kan het persoonsgebonden budget voor ten hoogste zes weken per kalenderjaar inzetten voor betaling van zorg, te verlenen tijdens zijn verblijf buiten Nederland.
Het college kan op aanvraag de in het eerste en tweede lid bedoelde termijn verlengen.
Op besteding buiten Amsterdam zijn overigens alle verplichtingen met betrekking tot het persoonsgebonden budget van toepassing.
In afwijking van het eerste en het tweede lid kan een persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden niet buiten Amsterdam worden besteed.
Experimenteerruimte
Het college kan in het kader van onderzoek naar nieuwe zorgvormen voorzieningen toekennen via een persoonsgebonden budget die bij wijze van experiment afwijken van deze Nadere regels.
De afwijkingsbevoegdheid kan omvatten dat de voorziening voor een afwijkende periode wordt toegekend, dat de zorg in inhoud en/of vorm afwijkt, dat een monitoring- en evaluatieprocedure wordt bepaald of dat een voorziening tussentijds wordt gewijzigd.
De hoogte van persoonsgebonden budget wordt bepaald aan de hand van het Pgb-tarief voor de Wmo-voorziening die het meest tegemoetkomt aan de ondersteuningsvraag.
Toelichting op de experimenteerruimte
Hierbij wordt gedacht aan de situatie waar voor een cliënt het huidige, bestaande aanbod niet heeft gezorgd voor de beoogde ondersteuning of verbetering van de situatie. Het is dan mogelijk om bij wijze van experiment andere, nieuwe vormen van zorg uit te proberen, om te kijken of de cliënt zo adequater ondersteund kan worden.
Beperkingen keuzevrijheid
In een aantal gevallen is er in beginsel geen keuze voor een persoonsgebonden budget. Er is in aanvulling op artikel 4.2 lid 2 Wmo-verordening geen keuze voor een persoonsgebonden budget als:
Het een toekenning betreft voor een plek in opvang, het collectief vervoer, een auto, autobus of gesloten buitenwagen, of voor hulp bij het huishouden OGGZ of Bijzondere schoonmaak.
Het een toekenning betreft voor een voorziening die reeds in natura is verstrekt of een aanpassing daaraan.
De persoon met beperkingen jonger is dan 18 jaar en het een aanvraag betreft voor een roerende woonvoorziening, vervoersvoorziening of een rolstoel.
Voorzienbaar is dat in de (medische) situatie van de persoon met beperkingen zich binnen de looptijd van het persoonsgebonden budget een ingrijpende wijziging voordoet en het een aanvraag betreft voor een roerende woonvoorziening, vervoersvoorziening of een rolstoel.
Aan de persoon met beperkingen door het college intensieve deskundige begeleiding (casemanagement) is toegekend voor het indienen van een aanvraag en het een aanvraag betreft voor een roerende woonvoorziening, vervoersvoorziening of een rolstoel.
Toelichting op de beperkingen
In bovenstaande situaties wordt vanuit efficiencyoverwegingen de keuze voor een persoonsgebonden budget beperkt. Deze overwegingen zijn de volgende:
Onder efficiencyoverwegingen kan ook het verantwoord laten functioneren van het collectief vervoerssysteem en de opvang vallen. Het college heeft een zwaarwegend financieel belang om rechthebbenden te laten deelnemen aan deze voorzieningen ten einde ze in stand te houden, en daarnaast bestaat het risico op dubbele kosten.
Het betreft unieke en dure voorzieningen die in geval van in natura verstrekking door de gemeente worden geleased. Vanwege de leaseconstructie zou een persoonsgebonden budget waarmee een aanvrager zelf een vergelijkbare voorziening kan verwerven altijd hoger zijn dan de gemeentelijke uitgave in natura. Bovendien zijn er praktische problemen met het vaststellen van een budget voor onderhoud en verzekering, omdat de kosten sterk zijn gerelateerd aan het gebruik. Dit geldt voor auto, autobus en gesloten buitenwagen.
De producten Hbh OGGZ en Hbh Bijzondere schoonmaak worden veelal verstrekt aan personen met een psychische beperking en problemen op meerdere leefgebieden, waarover onvoldoende regie gevoerd kan worden. Het betreft bovendien zorgproducten die niet op de reguliere markt te verkrijgen zijn. Daarnaast dient de uitvoerder van deze zorgproducten specifieke competenties te bezitten om de taken en werkzaamheden uit te kunnen voeren. Met name het actief kunnen signaleren van problemen en veranderingen of het motiveren van de cliënt om mee te helpen.
De uitsluiting van een aanpassing aan een reeds in natura verstrekt middel voorkomt dat één voorziening twee eigenaren krijgt. Voor een reeds verstrekt middel dat nog adequaat is wordt geen persoonsgebonden budget verstrekt.
De voorziening zal kortere tijd adequaat zijn dan de looptijd van het budget. Bij de in natura verstrekking kunnen de in deze situatie verstrekte voorzieningen worden herverstrekt. Omdat herverstrekking van een door een cliënt met een persoonsgebonden budget gekocht middel zeer complex, zo niet onmogelijk is, ontstaan hoge extra kosten. Dit treedt op bij voorzieningen voor kinderen, voor zover die voorzieningen ‘mee moeten groeien’, en bij mensen bij wie te voorzien is dat de (medische) situatie zich binnen de looptijd van het budget ingrijpend zal wijzigen.
De combinatie van een persoonsgebonden budget met intensieve begeleiding maakt dat de functie van casemanager anders en moeilijker wordt. De casemanager heeft onder andere als taak het afstemmen van beslissingen en leveringen van voorzieningen van de gemeentelijke backoffices en leveranciers voor mensen in complexe situaties. Als een cliënt zou kiezen voor verstrekking in de vorm van een persoonsgebonden budget, dan zou de casemanager zich ook bezig moeten gaan houden met begeleiding van mensen bij het verwerven van voorzieningen op de vrije markt, waarbij de afstemming op genoemde punten wordt bemoeilijkt.
4.3 Ambulante ondersteuning
(artikel 4.3 Wmo-verordening 2015)
a Productbeschrijving
Ambulante ondersteuning wordt geboden aan Amsterdammers met een ondersteuningsvraag op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie en vindt plaats op individuele basis of in groepsverband. Ambulante ondersteuning is gericht op het verhogen van de kwaliteit van leven en op persoonlijke ontplooiing van de individuele Amsterdammer waarbij de zelfredzaamheid,en de maatschappelijke participatie wordt bevorderd, gestabiliseerd of ondersteuning wordt geboden bij achteruitgang. Dit wordt bereikt door het behalen van concrete resultaatafspraken. Hierbij wordt altijd rekening gehouden met individuele omstandigheden en mogelijkheden.
Ambulante ondersteuning kan na informatie en advies en vraagverheldering zowel kort- als langdurig en in meer of mindere mate intensief geboden worden. Indien er sprake is van uitsluitend kortdurende inzet van ambulante ondersteuning, minder dan 12 weken, wordt een verslag gemaakt. Voor ambulante ondersteuning voor een periode van 12 weken of langer, wordt een verslag in de vorm van een ondersteuningsplan opgesteld.
Ambulante ondersteuning kent drie te bereiken resultaten:
Grip op het dagelijks leven en persoonlijk functioneren
Opbouwen en onderhouden sociaal netwerk
Deelnemen aan het maatschappelijk leven
Het ontlasten van mantelzorgers kan onderdeel uitmaken van de resultaten.
Grip op het dagelijks leven en persoonlijk functioneren
Dit resultaat richt zich op het bieden van ondersteuning bij het uitvoeren en structureren van dagelijkse, praktische vaardigheden op alle voor de Amsterdammer relevante levensgebieden.
Het hebben of het creëren van een stabiele leefsituatie waarbij de administratie en andere zaken op orde zijn, maakt hiervan onderdeel uit. De Amsterdammer wordt, waar nodig, ondersteund bij het uitvoeren van activiteiten, het aanleren van vaardigheden en het nemen van besluiten. Als de Amsterdammer tijdens het werken aan doelen uit het ondersteuningsplan beperkingen ondervindt door zijn gedrag, kan het verkrijgen van inzicht in het effect van dit gedrag onderdeel uitmaken van de ondersteuning.
Opbouwen en onderhouden sociaal netwerk
Dit resultaat richt zich op het bieden van ondersteuning bij het aangaan en onderhouden van sociale contacten, om eenzaamheid te voorkomen en het sociale netwerk te vergroten, zodat het sociale netwerk van de Amsterdammer ook zoveel mogelijk steun en een positieve bijdrage aan de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt kan leveren. Het verkrijgen van inzicht in het effect van het sociale netwerk op het persoonlijk functioneren van de Amsterdammer kan onderdeel van de ambulante ondersteuning zijn.
Deelnemen aan het maatschappelijk leven
Dit resultaat betreft het bieden van ondersteuning bij participatie in de samenleving. De Amsterdammer wordt ondersteund bij het realiseren en behouden van wat hij wil en kan bijdragen aan de samenleving. Denk hierbij bijvoorbeeld aan deelnemen aan buurtactiviteiten, groepsactiviteiten, vrijwilligerswerk, betaald werk, dagbesteding, opleiding, etc.
De Amsterdammer krijgt ondersteuning bij het vinden en ondernemen van passende activiteiten waarmee hij (zo goed mogelijk) in staat is om deel te nemen aan het maatschappelijke leven. Inzet van ambulante ondersteuning kan leiden tot de inzet van de Wmo voorziening dagbesteding.
b Voorwaarden voor verstrekking
Ambulante ondersteuning wordt geboden aan Amsterdammers die beperkingen hebben bij het zelfstandig functioneren of zonder de ondersteuning risico lopen om hun zelfredzaamheid te verliezen.
Als de ondersteuningsvraag op het gebied van zelfredzaamheid en participatie niet met voorliggende voorzieningen is op te lossen, kan een aanvraag worden gedaan voor ambulante ondersteuning. Bij de beoordeling van deze aanvraag blijft het versterken van de eigen kracht en het inzetten van de voorliggende oplossingen het uitgangspunt.
Als de noodzaak voor het inzetten van ambulante ondersteuning is vastgesteld worden met de Amsterdammer in een verslag of ondersteuningsplan de afspraken vastgelegd. In een ondersteuningsplan staan de beoogde resultaten, doelen en activiteiten. Tevens wordt vastgelegd voor welke periode en met welke frequentie de ondersteuning wordt ingezet. Het uitgangspunt is dat de geboden ondersteuning niet zwaarder of langer wordt ingezet dan nodig is. Uitgangspunt is dat jaarlijks een evaluatie plaatsvindt of, en zo ja welke afspraken er nodig zijn voor de inzet van ambulante ondersteuning.
Bij ambulante ondersteuning wordt eerst gekeken naar wat de Amsterdammer zelf kan en welke ondersteuning zijn sociale netwerk kan bieden. De mate van zelfredzaamheid van de Amsterdammer wordt onderzocht en gestimuleerd. Op basis daarvan wordt vastgesteld welke ondersteuning vanuit de gemeente aanvullend noodzakelijk is.
Het inzetten van eigen kracht
Hierbij kan in dit kader gedacht worden aan het handhaven van voorzieningen die al ingezet waren, zoals een belastingadviseur. Denk ook aan praktische oplossingen, zoals het kopen van een agenda en het plakken van briefjes ter herinnering aan taken.
Het vergroten van de inzet van het eigen sociale netwerk
Onderzocht wordt op welke wijze de Amsterdammer door zijn netwerk ondersteund kan worden, bijvoorbeeld door familieleden, vrienden of buren. Het gaat hier allereerst om de zogenoemde gebruikelijke hulp (zie ook hoofdstuk 2). Gebruikelijke hulp is de normale, dagelijkse begeleiding die partners, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden (zie hoofdstuk 2.3).
Daarnaast wordt in het persoonlijke netwerk van de Amsterdammer gezocht naar aanvullende ondersteuning op basis van vrijwilligheid of wederkerigheid. Hierbij kan gedacht worden aan één van de kinderen die de Amsterdammer helpt bij het maken van en begeleiden naar afspraken, een tante die ondersteunt bij de administratie of buren die telefonisch de ‘vinger aan de pols’ houden. Ook kan gedacht worden aan een maatje die de Amsterdammer ergens heen begeleidt, een telefooncirkel en het inschakelen van een sport-, muziek- of andere vereniging.
Een beroep doen op andere wetgeving
Indien een Amsterdammer een Wlz indicatie heeft of daarvoor in aanmerking komt, vindt de benodigde individuele begeleiding in het kader van de Wlz plaats en niet in het kader van de Wmo.
Het gebruik maken van voorzieningen sociale basis
Bij het aanbod in de sociale basis kan bijvoorbeeld gedacht worden aan ondersteuning vanuit een Huis van de Wijk/buurthuis of de inzet van vrijwilligers.
Tot slot staat hieronder een aantal afbakeningen met betrekking tot ambulante ondersteuning.
Afbakening ambulante ondersteuning en maatschappelijke dienstverlening
Maatschappelijke dienstverlening is een voorliggende voorziening op ambulante ondersteuning. Bij de maatschappelijke dienstverlening in de wijken kunnen Amsterdammers op een laagdrempelige manier met kortdurende problemen terecht, bijvoorbeeld bij problemen met het omgaan met geld of omgaan met conflictsituaties. Amsterdammers worden geholpen deze te ordenen en op te lossen zodat ze het voortaan zelf weer kunnen. Maatschappelijke dienstverlening vindt plaats op de locatie waar de maatschappelijke dienstverlening is gehuisvest. Als taken overgenomen moeten worden, onder begeleiding uitgevoerd of thuis getraind moeten worden, dan is ambulante ondersteuning passender.
Afbakening ambulante ondersteuning en hulp bij het huishouden
Hulp bij het huishouden betreft het overnemen van huishoudelijke activiteiten die de Amsterdammer niet meer zelf kan uitvoeren, al dan niet in combinatie met de regievoering over deze activiteiten. Regievoering over het huishouden kan inhouden dat de huishoudelijke hulp de Amsterdammer actief stimuleert huishoudelijke activiteiten uit te voeren waarbij toezicht nodig is.
Bij de Amsterdammer die uitsluitend beperkingen ervaart ten aanzien van het doen van het huishouden wordt de voorziening hulp bij het huishouden ingezet. Als de Amsterdammer alleen regie over huishoudelijke taken nodig heeft en geen hulp bij het huishouden, wordt ambulante ondersteuning ingezet. Hierbij valt te denken aan het plannen en voorbespreken van huishoudelijke activiteiten waarna de Amsterdammer deze zelfstandig kan uitvoeren. Een ambulant ondersteuner voert geen huishoudelijke taken uit.
Afbakening persoonlijke verzorging Wmo en persoonlijke verzorging Zorgverzekeringswet
Persoonlijke verzorging betreft meestal het overnemen van zelfzorg die de Amsterdammer niet meer zelf kan doen, al dan niet in combinatie met de regievoering over deze activiteiten. Het gaat bijvoorbeeld om in- en uit bed gaan, wassen, lichamelijke verzorging, bewegen, toiletgang, eten/drinken, aan- en uitkleden.
Als er sprake is van het structureren, organiseren of aansporen van persoonlijke verzorging door een regieprobleem kan dit onderdeel uitmaken van de ambulante ondersteuning binnen de Wmo. In dit geval heeft de Amsterdammer naar verwachting ook beperkingen bij de uitvoering en regievoering van andere dagelijkse activiteiten waarvoor ambulante ondersteuning nodig is. In alle andere situaties valt persoonlijke verzorging onder de Zorgverzekeringswet. Inname, attenderen op, aanreiken en toedienen van medicatie zijn altijd handelingen binnen de persoonlijke verzorging onder de Zorgverzekeringswet. Het toekennen van alléén persoonlijke verzorging is vanuit de Wmo niet mogelijk.
Afbakening ambulante ondersteuning Wmo en behandeling Zorgverzekeringswet
Behandeling binnen de Zorgverzekeringswet betreft werken aan geformuleerde verbeterdoelen op een gestructureerde en methodische manier. Hiervoor is specifieke (para)medische deskundigheid vereist van bijvoorbeeld een fysio- of ergotherapeut, psycholoog of psychiater. Behandeling kan gericht zijn op herstel van ziekte, aandoening of beperking, maar ook op het voorkomen van verergering. Onder behandeling valt ook het leren omgaan met (de gevolgen van) een ziekte, aandoening of beperking en het aanleren van nieuw gedrag.
Als het gaat om oefenen, ondersteuning bij inslijten van vaardigheden, handelingen, gedrag en ondersteuning bij het aanbrengen van structuur of het voeren van regie, kan dit ook onder ambulante ondersteuning vallen. De vaardigheden, handelingen en gedrag kunnen in een (para)medisch voortraject als onderdeel van behandeling al aangeleerd zijn. Behandeling en ambulante ondersteuning kunnen naast elkaar bestaan en elkaar versterken. Behandeling kan invloed hebben op de intensiteit en duur van de ambulante ondersteuning.
Van de Amsterdammer wordt verwacht dat hij zo optimaal mogelijk gebruik maakt van bestaande behandelmogelijkheden. Bij twijfel of er nog behandeling mogelijk is, kan een medisch advies worden opgevraagd.
Afbakening ambulante ondersteuning en beschermd wonen Wmo
Als de Amsterdammer gebruik maakt van de voorziening beschermd wonen, geldt dat geen ambulante ondersteuning ingezet kan worden. Beschermd wonen is namelijk een totaalpakket waarbij de ondersteuning (bij beschermd wonen begeleiding genoemd) al 24 uur per dag beschikbaar is.
~
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2