Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.1

Bestuursrecht

Onderdeel van Uitvoeringregels Gevelreiniging Gemeente Purmerend

In de Nota integrale handhaving Purmerend 2012-2015 is aan toezicht en handhaving bij gevelreiniging een prioritering toegekend. Indien er sprake is van gevelreiniging met het lozen van afvalwater valt dit onder de prioriteit 'hoog'. Als er geen sprake is van het lozen van afvalwater valt het gevelreinigen onder de prioriteit gemiddeld. Toezicht Gezien de bovenstaande prioritering vindt er op de volgende wijze toezicht plaats: gevelreinigen met lozen: altijd een toezichtcontrole gevelreinigen zonder lozen: steekproefsgewijze controle Handhaving De sanctiestrategie bestaat in beginsel uit het driestappenplan: waarschuwing, vooraankondiging, opleggen bestuursrechtelijke sanctie. Bij gevelreiniging is er een aantal (niet gelimiteerde) uitzonderingen: indien er niet conform de voorschriften geloosd wordt: twee stappen indien er sprake is van onomkeerbare gevolgen voor bijvoorbeeld de bodem of het riool: 1 stap indien er sprake is van ernstige overlast voor de omgeving en/of personen: één stap Handhaving in twee stappen wil zeggen dat er geen waarschuwing wordt gegeven en na de vooraankondiging direct een bestuursrechtelijke sanctie wordt opgelegd. Handhaving in één stap wil zeggen dat er direct een bestuursrechtelijke sanctie (met begunstigingstermijn) wordt opgelegd. Bij bestuursrechtelijke handhaving zijn er verschillende instrumenten inzetbaar, zoals het opleggen van een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang. Deze instrumenten zijn echter niet allemaal en altijd geschikt voor handhaving als het gaat om gevelreiniging. Gevelreinigingen zijn vaak (relatief) kortdurende werkzaamheden die meestal niet passen bij het zorgvuldige maar wel vaak langdurige handhavingstraject van het bestuursrecht. Hieronder worden een aantal situaties besproken waarbij de volgende bestuursrechtelijke instrumenten kunnen worden ingezet: Indien er sprake is van een situatie die directe stillegging (vorm van bestuursdwang) vereist, dan kunnen de werkzaamheden worden stilgelegd. Deze beslissing, bekend gemaakt ter plaatse door de toezichthouder, dient altijd vooraf te gaan aan een belangenafweging. Het besluit tot stillegging dient zo snel mogelijk op schrift te worden gesteld na de mededeling van de toezichthouder ter plaatse. Indien een overtreding eerder is geconstateerd, kan een dwangsom worden opgelegd ter voorkoming van herhaling. Om te kunnen spreken van een last ter voorkoming van herhaling, dienen de omstandigheden ten tijde van de eerdere overtreding op één lijn te stellen zijn met de actuele overtreding. Daarbij spelen de volgende factoren een rol bij het beoordelen van de mate van continuïteit van de overtredingen: de mate van overeenkomst met de eerdere overtreding (bijvoorbeeld wat betreft wettelijk voorschrift, overtreder en situatieve omstandigheden), de aard van de overtredingen (doen deze zich sporadisch, frequent dan wel stelselmatig voor) en het tijdsverloop sinds de geconstateerde overtreding. Deze dwangsom verbeurd ineens bij een nieuwe overtreding. Indien er sprake is van langdurige werkzaamheden waarbij een begunstigingstermijn gesteld kan worden. Meestal zijn de werkzaamheden van dusdanige korte duur dat het stellen van een begunstigingstermijn praktisch onmogelijk is maar een dermate spoedeisendheid ontbreekt. Bij langdurige projecten kan wel de bovenstaande sanctiestrategie worden toegepast.

Rechtspraak bij dit artikel