Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening op het beheer van de begraafplaatsen Hendrik-Ido-Ambacht 2021

In deze verordening wordt verstaan onder: Algemeen graf: een daarvoor aangewezen gedeelte van de begraafplaats van 1 x 2 m bestemd als graf, bij de gemeente in beheer, waarin de gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven en begraven houden van stoffelijke overschotten. Asbus: een bus ter berging van as van een overledene. Begraafplaats(en): de gemeentelijke begraafplaats Achterambacht en begraafplaats Waalhof. Beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats en uitvaartcentrum of degene die hem vervangt. College: het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. Duurzame materialen: vaste, niet buigzame materialen van natuursteen, glas, hout, keramiek, kunststof en metaal die van nature of middels een daartoe speciale behandeling weerbestendig zijn, niet breukgevoelig en waarvan de constructie uit één geheel bestaat en waarvan de praktische toepasbaarheid zoals opnemen, verplaatsen en dergelijke gewaarborgd is. Foetus: een na een zwangerschapsduur van minder dan 24 weken levenloos ter wereld gekomen menselijke vrucht. Foetusveld: een daarvoor aangewezen gedeelte van de begraafplaats, bij de gemeente in beheer, waarin aan een ieder de gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van een foetus. Gebruiker: een natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie het gebruik van een grafruimte in een algemeen graf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden. Gedenkteken: voorwerp op een graf voor het aanbrengen van opschriften en/of figuren, ter nagedachtenis aan een overledene, sierurnen daaronder begrepen. Gedenkplaats: een plaats waarvoor aan de rechthebbende het uitsluitend recht is verleend om een overledene te gedenken. Graf: zandgraf of grafkelder. Grafbedekking: gedenkteken of grafbeplanting op een graf. Grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin één of meerdere stoffelijke overschotten worden begraven of asbussen worden bijgezet. Particulier graf: een daarvoor aangewezen gedeelte van de begraafplaats met een afmeting van 1 x 2 m; bestemd als graf of van 1,10 x 2,50 bestemd als grafkelder, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: Het doen begraven en begraven houden van stoffelijke overschotten. Het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urn. Het doen verstrooien van as. Particulier kindergraf: een daarvoor aangewezen gedeelte van de begraafplaats van 0,70 x 1,70m, bestemd als graf, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: Het doen begraven en begraven houden van stoffelijke overschotten van kinderen en jongeren tot en met 12 jaar. Het doen bijzetten en bijgezet houden van een asbus met of zonder urn. Particulier urnengraf/urnenplaats: een daarvoor aangewezen gedeelte van de begraafplaats maximaal 0,60 x 0,60m, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het onder of bovengronds plaatsen van een asbus met of zonder urn. Particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen. Rechthebbende: een natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie het uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier kindergraf, een particulier urnengraf, een particuliere urnenplaats, een gedenkplaats of een particuliere urnennis, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden. Strooiveld: een plaats waarop as wordt verstrooid. Urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen. Urnencolumbarium: een locatie waar urnen bovengronds in een urnennis kunnen worden bijgezet.

Rechtspraak bij dit artikel