Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven dan wel een ander wettelijk daarmee gelijkgesteld document is afgegeven aan de beheerder.
Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.
Begravingen van foetussen mag slechts geschieden indien van tevoren een verklaring van een arts is overlegd waarin staat dat de foetus jonger dan 24 weken is.
Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder verlenging van de uitgiftetermijn met een minimale periode van vijf jaar dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. Als dat niet het geval is dient de uitgiftetermijn met minimaal 10 jaar te worden verlengd. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende.
De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.
Hoofdstuk 4
Artikel 10
Te overleggen documenten
Onderdeel van Verordening op het beheer van de begraafplaatsen Hendrik-Ido-Ambacht 2021